12 | 12 | 2017

Goed geMUSt, goed bezocht.

door: Rob Lindeboom

14 maart 2013

koolmees  
Koolmees. Foto: Ana Buren.  

Op donderdag 14 maart heeft Jan Schoppers van Sovon een 25-tal belangstellenden bijgepraat over en/of geënthousiasmeerd voor het project MUS (Meetnet Urbane Soorten). De avond was een coproductie van de lezingencommissie en stadsvogelwerkgroep van Avifauna.

Jan startte de avond met uit te leggen wat voor een vereniging Sovon is. Sovon Vogelonderzoek Nederland is een non-profit organisatie die in Nederland het voorkomen en de ontwikkeling van Nederlandse vogels bijhoudt. Sovon kijkt daarbij naar de voor- of achteruitgang van vogels, en naar het hoe en waarom daarvan. Sovon kent 8.000 vrijwillige vogeltellers, waarvan ca. 4.000 tevens lid zijn en kent tevens 65 betaalde medewerkers (zie ook www.sovon.nl). Vervolgens werd uitgelegd, waarom MUS zeven jaar geleden gestart is door Sovon en wat een MUS-telling precies inhoudt. Tot voor kort was er weinig systematisch onderzoek aan stadsvogels gedaan, terwijl er toch een aantal soorten waren die hard achteruitgingen. Stadsvogels waren niet populair om te tellen, terwijl de stedelingen en dorpelingen er wel erg blij mee zijn als ze in de tuin voorkomen (zie populariteit van Nationale Tuinvogelteldag). Daar komt nog bij dat 16% van ons land uit stedelijk gebied (steden en dorpen) bestaat.

De MUS-telling is een laagdrempelige telling. De laagdrempeligheid zit hem vooral in het feit dat in een vast omlijnd telgebied in stad of dorp per jaar slechts 3 tellingen uitgevoerd hoeven te worden, waarvan twee vroege ochtendtellingen (tussen 1 en 30 april èn tussen 15 mei en 15 juni) en één avondtelling (tussen 15 juni en 15 juli). Het aantal vaste telpunten in een telgebied is maximaal 12. Per telpunt dienen op een telformulier alle in 5 minuten ter plaatse zichtbare en hoorbare stadsvogels genoteerd te worden. Van de overvliegende vogels worden alleen die geteld die daadwerkelijk een binding met de omgeving hebben. Al met al duurt een telling circa anderhalf uur. (Zie verder http://www.sovon.nl/nl/content/meetnet-urbane-soorten-mus.)

Op dit moment zijn in de stad Groningen, die goed voorzien is met tellers, nog de volgende telgebieden vacant: Vinkhuizen, De Hoogte, Beijum West en Lewenborgh. In de steden en dorpen rondom Groningen zijn echter wel veel telgebieden vacant.
Vervolgens ging Jan in op de landelijke en regionale resultaten van 6 jaar MUS tellen. Op zich is 6 jaar tellen nog niet lang, maar er zijn voor een groot aantal soorten toch al wel trends te ontdekken.  Sterke afname o.a. Grote Lijster, Winterkoning en Spreeuw, matige afname o.a. Merel en Ringmus, stabiel o.a. Koolmees en Turkse Tortel, matige toename o.a. Huismus, Boomklever en Kauw en sterke toename o.a. Zwartkop en een aantal ganzen (Grauwe gans, Canadese Gans en Nijlgans) en eenden (Krak- en Kuifeend). Bij een soort als de Winterkoning zullen de strenge winters van afgelopen jaren vermoedelijk tot een afname hebben geleid. Bij een soort als de Spreeuw zal de afname van voedsel en broedgelegenheid vermoedelijk tot de afname leiden. De Huismus zit, na jaren in de min te hebben gezeten, thans weer in de geringe plus.

Mocht u belangstelling hebben om MUS-teller te worden, meldt u dan aan via de Sovon-website. U kunt daar een gewenst vacant telgebied uitzoeken. Via een cursus op dezelfde website kunt u, indien daar behoefte aan is, uw stadsvogelkennis bij spijkeren.