23 | 09 | 2017

Het Gorecht

door: Wim Woudman

gorechtOppervlakte: 3400 hectare.
Eigenaar/beheer: gemeente Haren, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Groninger Landschap.
Ligging: in de gemeentes Groningen, Haren en Hoogezand-Sappemeer.


Inleiding

Het Gorecht, soms als Goorecht geschreven, is een oorspronkelijk rechtsgebied rond de stad Groningen en het is een voorrecht om hier te vogelen. Als we voor het gemak het gebied dat hier wordt behandeld definiëren als de streek ten zuiden van het dorp Haren tussen het ‘dal’ van de Hunze en de Drentsche Aa, dan bevinden we ons in een ornithologisch walhalla.

In deze streek kunnen het jaar door zonder veel moeite meer dan 150 vogelsoorten worden waargenomen en de SOVON-atlas van 2002 geeft ruim 110 soorten broedvogels. De verklaring hiervoor is de grote verscheidenheid aan landschappen. Er is openheid en beslotenheid, er is open water, weide, akkerland, rietland, parkland en bos en het gebied wordt aan weerszijden begrensd door beekdalen. Er is menselijke bebouwing in de vorm van vrijstaande woningen en boerderijen en er liggen drie kleinere dorpen (Onnen, Glimmen en Noordlaren), alle behorend tot de gemeente Haren. We bevinden ons daar in het aloude beek- en esdorpenlandschap, uitloper van het Drentsche.
Vanuit de stad is de mooiste aanloop een fietstocht langs de Hoornse Dijk, langs oude meanders van de vroegere Drentsche Aa.


Een rondje Gorecht

Hoornse Dijk

Het weggetje langs de oude Aa-meanders met daarachter ruig begroeide eilandjes, is de snelste manier om van de stadse drukte los te komen. Je moet wel de ruis van de snelweg achter het Noordwillemskanaal voor lief nemen. Met het Hoornsemeer en later het Paterswoldsemeer op de westelijke achtergrond is hier al direct een grote verscheidenheid aan vogels te ontdekken. Broedvogels: Nachtegaal, IJsvogel, Grutto, Tureluur, Watersnip. Doortrekkers en wintergasten: zaagbekken, Brilduikers, diverse andere eendensoorten.

appelvink  
Appelvink

Haren

Door zijn parkachtige karakter beschikt Haren over een grote vogelrijkdom. Het is leuk om in het voorjaar te letten op Appelvinken die in en rond het centrum huizen, vooral bij oude eiken en in het Boeremapark.

De Hondsrugrand tussen Onnen en Noordlaren

Vanuit het noorden komend is het voor fietsers prima vogelen vanuit Onnen langs de onverharde weg parallel aan en oostelijk van de Onnerweg, ook te bereiken via een smal bruggetje even ten noorden van Onnen. Parkeer de auto bij de weg naar het pompstation, een kilometer ten zuiden van het dorp. Broedvogels: In de beslotenheid van hout- en boomwallen horen en zien we in de maanden april tot juli onder meer Gekraagde Roodstaart, Braamsluiper, Tuinfluiter, Zwartkop, Fitis en Spotvogel. In hogere eikengroepen huizen kleine roekenkolonies. Boerderijen herbergen Zwarte Roodstaarten, Boeren- en Huiszwaluwen en hier en daar een Kerkuil. De Boomvalk houdt zich hier vrijwel jaarlijks op. In dit buitengebied vinden we groepen Huismussen. Nestkasten en natuurlijke holten herbergen Ringmussen, Holenduiven, Kauwen en Grote Bonte Spechten. Doortrekkers en wintergasten: Tussen 5 en 25 april is deze streek hét gebied om uit te kijken naar noordelijke lijstersoorten. Groepen Kramsvogels bevolken dan de weilanden langs de Hondsrug, samen met Koperwieken. Daartussen kunnen zich ook Beflijsters ophouden, soms wel een tiental tegelijk, maar meestal zijn het enkele vogels. Het is mogelijk om in die korte periode in enkele weilandjes zes verschillende lijstersoorten te zien! Op een dag is opeens alles verdwenen.

Het Quintus- of Glimmerbos

Tussen de benedenloop van de Drentsche Aa en de Rijksstraatweg ligt het statige landgoed met zijn oude beuken, eiken en enorme hulststruiken. Bijzonder en aangenaam is het parkachtige karakter: boomsingels met ingesloten weilanden. Wat ouderdom betreft vinden we hier de oudste bomenconcentratie van het Gorecht, te vergelijken met het Sterrebos in de stad. De concentratie stamgasten en holtebroeders is hier dan ook hoog. In de boomkleverarme tijd van voor de jaren tachtig was dit een van de weinige plekken waar die soort te vinden was. Broedvogels: Behalve de Boomklever zijn vaste gasten Grote Bonte, Kleine Bonte en Groene Specht, Appelvink, Bosuil en Holenduif. Sfeerbepalend in het voorjaar zijn ook de Roeken, die hier twee flinke kolonies met dependances hebben gecreëerd. Tevens nestelt er een aantal Blauwe Reigers. Doortrekkers en wintergasten: In de eerste helft van april kan hier niet alleen de kwelende koorzang van de Koperwiek, maar ook de zanikende koorzang van de Keep worden gehoord.

  roek
 
Roek

De Appèlbergen

In dit voormalige oefenterrein van Defensie op de Hondsrug ten oosten van Glimmen, is na de overname in de jaren negentig door Staatsbosbeheer het waterpeil drastisch verhoogd waardoor de twee halfverdroogde moerasgebieden in het terrein nieuw leven werd ingeblazen. Veel berken- en dennenopslag verdween en maakte plaats voor veenmosvegetaties met zonnedauw en wollegras. Broedvogels: In de natte gebieden huizen, afgezien van de vele Fitissen, die vanaf begin april sfeerbepalend zijn, Wintertaling, Canadese Gans, Rietgors en incidenteel Blauwborst. In het bos huizen Sperwer, Bosuil en Ransuil. Aan de zuidzijde, nabij de menselijke bewoning, zit de grootste verscheidenheid aan zangvogels, met als opvallendste soort de Bonte Vliegenvanger.

Het Noordlaarderbos en naaste omgeving

Broedvogels: Tijdens een inventarisatie in 2006 zijn 53 verschillende broedvogelsoorten vastgesteld. Daarbij waren vier soorten spechten. De Zwarte komt niet jaarlijks voor, de Groene wel maar met mate, de Kleine Bonte is hier redelijk goed waar te nemen, het jaar rond, maar het best in de bladloze periode en als hij veel roept, in april en mei. Het talrijkst is de Grote Bonte. Tijdens de massale sparrenkap in de winter van 2006-2007 zijn veel naaldboompercelen weggehaald. De grove den is echter behouden en er zijn nog enkele sparrenhoekjes. Daardoor is het nog steeds mogelijk de naaldbossoorten te treffen: Kuifmees, Zwarte Mees, Goudhaan en in de meeste jaren Kruisbek. Andere broedvogels zijn Boompieper, Gekraagde Roodstaart, Fluiter en incidenteel Houtsnip. Doortrekkers en wintergasten: Sijs en Kruisbek zijn veelgehoorde en in mindere mate geziene wintergasten. Koperwieken laten in maart en april af en toe hun koorzang horen, vooral rond de rododendronaanplant nabij het clubhuis van de golfbaan van Glimmen.

Bijzondere soorten: Sinds de inventarisatie van 2006 weten we dat er een kleine kolonie Blauwe Reigers zit. De Houtsnip werd baltsend waargenomen. De Wielewaal is zeldzaam maar aanwezig. In het nabije verleden was dat wel anders. Toen was die soort nog in alle bosgebieden van het Gorecht te vinden. Maar misschien maakt hij een comeback zoals die andere gele jongen, de Geelgors, die sinds de eeuwwisseling bezig is met een onstuitbare opmars vanuit Drenthe en de Veenkoloniën richting de stad! Tussen de Appèlbergen en de provinciegrens met Drenthe zijn inmiddels tussen de 5 en de 10 territoria te vinden. Verder hangt jaarlijks in de omgeving wel ergens een Wespendief rond.

Dorpen, boerenerven en essen

Tijdens een rondgang door het Gorecht zijn langs zandwegen, bij boerenschuren en in de dorpen in het voorjaar regelmatig Gekraagde en Zwarte Roodstaart, Geelgors en de gebruikelijke keur aan huis-, tuin-, park- en struweelvogels te zien. Opvallend zijn misschien ook de regelmatig opduikende concentraties Huis- en Ringmussen, die hier nog genoeg van hun gading vinden. De Sperwer vindt dat ook erg prettig.

____________________

Tekst ontleend aan: Roos, J.A. de, T. Jager, A.C. van Klinken 2009 Vogelgebieden in Groningen; uitgave van Avifauna Groningen.
Kaartje: Cartografische Dienst provincie Groningen
Foto's: Ana Buren

Links: