23 | 09 | 2017

Oldambt

door: Ben Koks

oldambt

Oppervlakte: 45.000 hectare, voornamelijk landbouwgrond.
Ligging: in het noordoosten van de provincie Groningen.


Ontstaansgeschiedenis

Het Oldambt kent een lange en turbulente historie. Vooral de continue strijd tegen de Dollard en de strijd tussen de grote boeren en armlastige arbeiders hebben vele geschriften en boeken opgeleverd. Bekend is Frank Westermans prachtige boek De Graanrepubliek, dat zich grotendeels in het Oldambt afspeelt. Hoewel de strijd tegen het opkomende water is gestreden en de strijdende communisten voornamelijk nog actief zijn vanuit de bejaardentehuizen van Beerta en Finsterwolde, behoort het Oldambt tot de markantste agrarische landschappen van Nederland. Vrijwel nergens is de openheid van het akkerland sterker aanwezig dan in het gebied dat globaal tussen Woldendorp, Midwolda, Finsterwolde en Nieuweschans ligt. Wintergraan (voornamelijk wintertarwe en wintergerst), luzerne, suikerbiet en koolzaad vormen de hoofdmoot van het Oldambtster bouwplan. De teelt van aardappelen is door het hoge percentage lutum nagenoeg onmogelijk. Vanaf 2007 is de verplichte braaklegging afgeschaft en mede door toedoen van de sterk gestegen graanprijzen is het aandeel wintertarwe vergroot.
Het gebied bestaat voornamelijk uit grootschalig akkerland, maar de laatste twee decennia heeft een toestroom van zowel grootschalige melkveehouderij als intensieve varkensmesterijen plaatsgevonden. Ook de aanleg van het Oldambtmeer heeft een verandering van het karakter van het ooit zo typerende open gebied teweeggebracht.
Het Oldambt grenst aan de oostzijde aan het Dollard-estuarium en aan kustpolders als de Johannes Kerkhovenpolder, de Carel Coenraadpolder en de Reiderwolderpolder. Deze behoren tot de meest karakteristieke akkerbouwgebieden van het gebied en zijn mede door de overgang naar het estuarium vogelrijk te noemen. Hoewel het grootste deel van het gebied uit landbouwgebied bestaat, zijn gebieden met een natuurfunctie, zoals het Hondshalstermeer, De Tjamme, de Barlagenpolder en het binnendijkse getijdengebied polder Breebaart trekpleisters voor zowel vogels als vogelaars. Deze pagina richt zich op het grootschalige landbouwgebied en besteedt geen aandacht aan de vaak natte natuurgebieden.


Vogels

grauwekiekendief  
Grauwe Kiekendief
 

Broedvogels

Het grootschalige akkerland geniet een reputatie vanwege het voorkomen van soorten als Kwartel, Kwartelkoning, Grauwe Kiekendief, Veldleeuwerik en Gele Kwikstaart. Vooral Kwartelkoning en Grauwe Kiekendief hebben aardig wat vogelaars naar de Oldambster vlakten doen komen en het gebied behoort tot de best onderzochte agrarische gebieden van Europa. Hoewel de relatieve aantallen van tot voor kort talrijke soorten als Veldleeuwerik en Gele Kwikstaart de landelijke negatieve trend met enige vertraging volgen, blijft het gebied van forse nationale betekenis voor beide akkerzangers. Op juiste wijze uitgevoerd randenbeheer blijkt in een aantal kerngebieden goed te functioneren. Hoewel Kwartels hier, net als elders in Nederland, invasiejaren kennen, zijn de aantalsschommelingen minder uitgesproken. Deze hoenderachtige komt vanaf eind april tot ver in augustus redelijk gelijkmatig voor, maar in het hele gebied vormen de uitgestrekte gebieden tussen met name Nieuwolda en Midwolda en het gebied tussen de Dollardpolders en Nieuw-Beerta en Beerta de beste plekken om de zomerse roep te kunnen horen. In dezelfde gebieden kunnen in goede jaren eveneens Kwartelkoningen worden gehoord, maar hier moet worden opgemerkt dat deze soort het gebied de laatste jaren wat links laat liggen. De Grauwe Kiekendief neemt dankzij een combinatie van nestbescherming en habitatverbetering jaarlijks in aantal toe. In 2007 werd een maximum aantal van maar liefst 40 paar vastgesteld, maar het gemiddelde van de laatste tien jaar schommelt rond de 30 paar. Vooral in de het gebied ten oosten van Finsterwolde en Ganzendijk kunnen in de periode van 20 april tot begin september Grauwe Kiekendieven worden gezien. Het gebied behoort tot de beste broedgebieden van deze kwetsbare soort in Noordwest-Europa.
De Patrijs neemt - mede dankzij brede akkerranden - sinds vier jaar weer toe en is na een absentie van ruim 15 jaar weer opgedoken in de akkers rond Klein-Ulsda, Beerta, Finsterwolde, Drieborg en bijvoorbeeld ook nabij Nieuw Scheemda. Bruine Kiekendief, Buizerd, Torenvalk, Kerkuil en Ransuil zijn, afhankelijk van de stand van de veldmuis, relatief talrijk tot talrijk te noemen. Vanaf begin mei voegen zich onvolwassen, niet-broedende, Bruine Kiekendieven bij de broedpopulatie. Het gebied behoort waarschijnlijk tot de belangrijkste gebieden voor niet-broedende Bruine Kiekendieven in Nederland. Sperwer en Havik worden zelfs in de kleinste bosjes als broedvogel vastgesteld en laten zich ook steeds vaker in zowel de dorpen als op de open vlakten zien. Hoewel de Boomvalk als broedvogel is achteruitgegaan worden een paar locaties jaarlijks bezet. Het betreft hier telkens broedsels in hoogspanningsleidingen. Sinds 2003 broedt jaarlijks een paar Slechtvalken in het Oldambt.
Bijzonder is het jaarlijks broeden van 1 tot 3 paar Velduilen in de kleipolders. Met name tussen Ganzendijk en Nieuw-Beerta en in de Dollardpolders zijn paren vastgesteld in braakpercelen en percelen wintertarwe. Met een populatie van minder dan 20 paar in heel Nederland behoort deze uil ook nog tot de meest bedreigde vogelsoorten van West-Europa.
Het gebrek aan rietsloten wreekt zich in het aantal broedende Kleine Karekieten, Rietzangers en Rietgorzen (kenmerkend voor het Hogeland) maar de Blauwborst is daarentegen talrijk te noemen in percelen koolzaad. De opmars van deze voormalige rode-lijstsoort begon vanuit de Lauwersmeer in het begin van de jaren negentig en luttele jaren later konden in ieder Oldambster perceel koolzaad Blauwborsten worden gespot. In sommige percelen (vaak 5 tot 15 hectare in omvang) kunnen zomaar 10 territoria worden vastgesteld. Het geel van het bloeiende koolzaad vanaf eind april tot half mei contrasteert prachtig met het blauw van de Blauwborstmannen, die in die periode luid zitten te zingen.
Rond boerenerven en in de dorpen zijn soorten als Grauwe Vliegenvanger, Kneu en Ringmus talrijk. De Geelgors begint, na een absentie van decennia, als broedvogel en wintergast op de kleigronden weer toe te nemen.

  gelekwik
 
Gele Kwikstaart

Doortrekkers

Met name in de laatste dagen van april en in de eerste week van mei zijn vooral Tapuit en Paapje opvallend talrijk op dagen met goede trekomstandigheden. In diezelfde periode is de kleinste Europese roofvogel, het Smelleken, algemeen in het Oldambt. De laatste Smellekens worden tot ver in mei waargenomen (uitschieter was een adult mannetje op 6 juni). In de buurt van de Dollard-dijk zijn de onrustige en snel doortrekkende groepjes Noordse Gele Kwikstaarten overal te zien en nabij sportvelden en boerenerven zijn met een beetje geluk Beflijsters te vinden. Nadat de IJsvogel ongeveer vijf jaar geleden zijn intrede heeft gedaan als regelmatige broedvogel in het gebied, net als elders in het land, is de blauwe flits met een beetje geluk te zien nabij grachten van de grote boerderijen, bij watergangen en vissend bij stuwtjes in kanalen. Ganzen zijn vanaf half augustus tot ver in mei in forse aantallen waarneembaar. De eerste soort die volop is te zien op geoogste stoppelvelden is de Grauwe Gans, die weer verdwijnt als de laatste bietenpercelen half november worden ondergeploegd. Intussen hebben Brandganzen met name de Dollardpolders bereikt en afhankelijk van het type winter verblijft een fors deel van de hele populatie van deze soort in het gebied. De Brandgans trekt in het voorjaar steeds later weg. Daar waar het halverwege de jaren negentig gangbaar was dat Brandjes half maart vertrokken naar noordelijke oorden, blijven nu 10.000 tot 15.000 Brandganzen tot circa half mei in de zoom van de Dollard hangen. Broedgevallen hebben zich nog niet aangediend maar dit lijkt slechts een kwestie van tijd.
Een opvallende pleisteraar/overwinteraar is de Grote Zilverreiger. Deze soort kan in normale Nederlandse omstandigheden als een notoire veldmuizenconsument worden gezien en het is dan ook geen toeval dat de provincie Groningen voor deze fraaie reiger tot de beste gebieden behoort. Naar schatting schommelt het aantal Grote Zilverreigers de laatste jaren tussen de 100 en 200 exemplaren en slaapplaatsen van deze soort zijn met zekerheid vastgesteld op het Oldambtmeer, langs de A7 nabij Klein-Ulsda en op de Dollard. Een andere opvallende doortrekker/wintergast is de Blauwe Kiekendief. Op het moment dat de Grauwe Kiekendieven naar de Sahel-landen vertrekken (half augustus - begin september) stromen de eerste Blauwe Kiekendieven binnen. In muizenrijke winters kan het aantal aardig oplopen en overwinteren naar alle waarschijnlijk tussen de 50 en 100 Blauwe Kiekendieven in het gebied. In muizenarme jaren bedraagt het aantal overwinteraars hooguit 30 tot 50 vogels. Bekende slaapplaatsen liggen op de Dollardkwelders maar ook in het landbouwgebied zelf (in luzerne- en koolzaadvelden). In dezelfde gebieden kunnen met veel geluk en moeite ook overwinterende Velduilen worden gevonden. Beroemd en berucht was de winter van 2005/2006 toen een maximum van 26 Velduilen op de Dollardkwelders werd gevonden. Uit de braakballen van deze groep bleek al snel dat deze groep voor het grootste deel in het belendende akkerland foerageerde. Kleinere groepen en losse exemplaren zijn de laatste jaren gevonden bij Nieuw-Beerta, Blijham en Finsterwolde. Het geregelde voorkomen van zeker 5 tot 10 Ruigpootbuizerds in het gebied completeert het plaatje, hoewel deze soort een stuk schaarser is dan vroeger. Zowel het broeden van relatief veel woelmuizeneters (met als meest uitgesproken exponent de Grauwe Kiekendief) als het overwinteren van opvallende aantallen Grote Zilverreigers en Blauwe Kiekendieven kan niet los worden gezien van de relatief gunstige aantallen veldmuizen in de Oldambtster akkers.

Vanwege de nabijheid van de Dollard zijn in sommige jaren Frater (met een sterke voorkeur voor luzernevelden), Sneeuwgors en Strandleeuwerik voor de scherpe waarnemer tijdens een winters tochtje redelijk gemakkelijk in het opschrijfboekje te noteren. Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat groepen van soms duizenden Goudplevieren, Kieviten en Wulpen gedurende de wintermaanden rond dorpen als Nieuwolda, ’tWaar, Woldendorp en Drieborg te vinden zijn. Het is grappig om te zien dat tijdens hoge waterstanden op de Dollard de aantallen van deze steltlopers op de akkers aanzienlijk hoger zijn dan tijdens laagwaterperioden.


Toegankelijkheid

Het grootste deel van dit uitgestrekte gebied is landbouwgrond. Dit betekent dat het zonder toestemming van de betreffende eigenaar (in veel gevallen een akkerbouwer) beslist onbeleefd is het land te betreden. De meeste vogels die in dit hoofdstuk worden genoemd kunnen echter vanaf openbare wegen, zeedijk, schouwpaden enzovoort goed worden geobserveerd.

____________________

Tekst ontleend aan: Roos, J.A. de, T. Jager, A.C. van Klinken 2009 Vogelgebieden in Groningen; uitgave van Avifauna Groningen.
Kaartje: Cartografische Dienst provincie Groningen
Foto's: Ana Buren

Links: