24 | 11 | 2017

Rottumerplaat, Rottumeroog en Zuiderduin

door: Hans Roersma en Nelly van Brederode

rottumOppervlakte: Rottumerplaat 700 hectare, Rottumeroog 60 hectare en Zuiderduin 20 hectare.
Eigenaar: Staat der Nederlanden.
Beheerder: Staatsbosbeheer.
Ligging: Groningse Waddengebied.


Ontstaansgeschiedenis en toekomst

De oude naam Rottum staat voor een complex van eilandjes. Het oudste daarvan is Rottumeroog. Rottumerplaat en het nabij Rottumeroog gelegen Zuiderduin zijn jonger.
Rottumeroog verschijnt voor het eerst in de veertiende eeuw in de literatuur. Het ligt dan veel westelijker, ongeveer op de plaats waar nu Rottumerplaat ligt. Dit komt doordat het eiland door de eeuwen heen aan de westzijde afkalft en aan de oostzijde groeit. Het eiland heeft een lange en soms bewogen geschiedenis die redelijk beschreven is omdat er gedurende langere periodes menselijke bewoning is geweest. Het centrale deel bestaat uit een stuifdijk. Vroeger lagen aan weerszijden kwelders, waarvan nu alleen de Zuidkwelder intact is. De randen bestaan uit dynamisch stuifduin. Misschien is het Zuiderduin wel het enige echt natuurlijke Waddeneiland dat ons land nog heeft. Nooit is hier werk van waterstaatkundig karakter of landaanwinning uitgevoerd. Het Zuiderduin heeft zich rond 1930 afgesplitst van Rottumeroog en is zuidwaarts gewandeld. Het eiland heeft de vorm van een oog, met centraal een slenk en vervolgens kwelders, strandwallen en schelpenstranden.

Rond 1833 ontstaat westelijk van Rottumeroog een zandplaat die Noordwestplaat of Kapersplaat wordt genoemd. Duinvorming vindt spontaan plaats en Rottumerplaat is geboren. Halverwege de twintigste eeuw, als inpoldering van de Oostelijke Waddenzee actueel is, wordt een stuifdijk aangelegd. Zowel aan de noord- als de zuidzijde ontstaan kwelders. Aan de noordzijde loopt een groot rif parallel aan de centrale stuifdijk. Zand dat afslaat aan de westzijde lijkt hier te worden gedeponeerd. Vooral de westzijde is een zeer dynamische omgeving met stuifduinen en schelpenstranden. Rottumerplaat is nooit permanent bewoond geweest.

Voor de eilandengroep geldt dat aan Rottumerplaat sinds 1991 en aan Rottumeroog sinds 2002 geen actief onderhoud meer is uitgevoerd. Onder invloed van wind en water beweegt zand zich oostwaarts en ontstaan voor Nederlandse begrippen unieke stadia van dynamische duinontwikkeling.


Vogels

Broedvogels

visdief  
Visdief
 

Rottum kenmerkt zich als broedgebied door het voorkomen van Eiders en plevieren en door de grote kolonies meeuwen, sterns, Aalscholvers en Lepelaars. De Eiders vormen met 1000 broedparen een belangrijk bolwerk in ons waddengebied. De Aalscholvers (130 paar) en Lepelaars (67 paar verdeeld over 3 kolonies) broeden op Rottum op de grond. Ook Noordse Stern (100-200 paar), Visdief (100-600 paar) en Dwergstern (10-20 paar) broeden er, overigens met wisselend succes omdat hun kolonies elk jaar grote kans lopen bij hoog tij te worden overspoeld. De Grote Stern heeft de laatste tijd enkele malen op Rottumerplaat gebroed (226, 805 en 2335 paar in 1996, 1997 en 1998). Strandplevier (10 paar) en Bontbekplevier (10 paar) broeden liefst op de schelpenstranden tussen de sterns.
Op Rottumerplaat broeden 5 paren Bruine Kiekendief. Zij vliegen in het voorjaar ook naar Schiermonnikoog en Borkum om er aan hun kostje te komen: muizen, die niet op Rottum voorkomen. De jongen worden onder andere gevoerd met jonge meeuwen en konijnen. In de konijnenholen broeden Bergeenden (100 paar), Kauwen (30 paar) en natuurlijk een enkele Holenduif. Opvallend is de afwezigheid van de Tapuit. De laatste jaren hebben zich als nieuwe broedvogels Kleine Zilverreiger (1-2 paar), Grauwe Gans (12 paar), Buizerd (1 paar) en Grote Mantelmeeuw (1 paar) gevestigd.

Wadvogels

Het uitgestrekte waddengebied rond de eilanden is zeer belangrijk voor wadvogels, zoals Rotgans, Eider, Bergeend en vele soorten steltlopers. De hoogste aantallen steltlopers komen voor in mei en in augustus/september. In het najaar verblijven er regelmatig 150.000-200.000. De meeste maken gebruik van het gebied om in voor- of najaar tijdens de jaarlijkse trek aan te sterken. Zij zijn dan op weg tussen de overwinteringsgebieden in Afrika en de broedgebieden die zich uitstrekken van Scandinavië tot Groenland en Siberië. Het gebied is ook zeer belangrijk als ruigebied, niet alleen in het najaar maar ook tijdens het zomerseizoen, voor onder andere Eider en Wulp. Wadvogels die zeer talrijk voorkomen zijn Rotgans (1500), Eider (20.000), Bergeend (4000), Scholekster (30.000), Bontbekplevier (2500), Zilverplevier (20.000), Drieteenstrandloper (4000), Bonte Strandloper (80.000) en Kanoetstrandloper (50.000), Rosse Grutto (10.000), Wulp (20.000), Tureluur (1000), Groenpootruiter (1000) en Steenloper (1500).

Overwinteraars

In het winterseizoen zijn nog steeds vele duizenden wadvogels (vooral Scholekster, Wulp, Kanoet- en Bonte Strandloper) aanwezig, aangevuld met typische wintergasten als Smient (4000), Strandleeuwerik (150), Frater (200) en Sneeuwgors (300). Ook overwinteren enkele Blauwe Kiekendieven en Slechtvalken.

Doortrekkers

  drieteenstrandloper
 
Drieteenstrandloper

Zoals geldt voor alle trekwaarnemers wachten ook de vogelwachters van Rottum op die ene dag in mei met oostenwind met veel spectaculaire doortrekkers en een paar krakers. Zo’n dag was 9 mei 2008. Er trokken onder andere 4 Roodpootvalken, 8 Grauwe Kiekendieven, 2 Visarenden en 8 Smellekens door terwijl een Fluiter zong naast het Drenkelingenhuis. Visarenden worden regelmatig gezien (minstens 20 stuks in het voorjaar van 2008) met als record vijf binnen een halfuur op 21 mei 2008. Daarnaast valt de grote voorspelbaarheid op van het voorkomen van een aantal schaarsere soorten. Jaarlijks trekt in de tweede helft van april een Kraanvogel door. Eind mei zingen op Rottumerplaat Nachtegaal, Wielewaal en Roodmus en een of twee maal wordt in het voorjaar een Appelvink gezien. Hoewel de eilanden zeer geschikt lijken voor klauwieren komen die nauwelijks voor.

Bijzondere soorten

Rottumerplaat heeft enkele bosjes die met name tijdens de najaarstrek leuke soorten verbergen: Grauwe Fitis, Orpheusspotvogel en Sperwergrasmus werden waargenomen. Merkwaardig genoeg is de Zeearend ook dwaalgast. Voorts werden de afgelopen jaren Kwak, Breedbekstrandloper, Taigaboomkruiper, Roodstuitzwaluw, Hop en Bijeneter gezien.

Rottumerplaat heeft ook een zekere reputatie opgebouwd op het gebied van gorzen. Zo werden de afgelopen jaren Witkeelgors, Zwartkopgors, Grijze Gors (eerste en enige voor Nederland) en Bosgors waargenomen. Ortolaan wordt met een zekere regelmaat gezien. Op Rottumeroog is de ‘Tuin van Toxopeus’ helaas verdwenen en de begroeiing met bomen beperkt. Bijzondere soorten zijn daar Griel (2001), Buidelmees en Roze Spreeuw. Deze laatste soort is ook enkele malen op Rottumerplaat gezien.


Toegankelijkheid

De eilanden en hun naaste omgeving vallen onder de internationale Habitat- en Vogelrichtlijn en de Natuurbeschermingswet en hebben de status van Natura 2000-gebied. Het gebied is aangewezen als referentiegebied, wat inhoudt dat er geen visserij en schelpdierwinning mag plaatsvinden. Rottumerplaat en het Zuiderduin zijn permanent gesloten voor het publiek (art. 20 Natuurbeschermingswet 1998). Rottumeroog kan buiten het broedseizoen met een excursie worden bezocht (opgave en informatie 050 - 70 74 489 of www.staatsbosbeheer.nl). Gedurende het zomerseizoen verblijven op zowel Rottumeroog als Rottumerplaat twee vogelwachters. Hun verslagen zijn verkrijgbaar bij Staatsbosbeheer.

____________________

Tekst ontleend aan: Roos, J.A. de, T. Jager, A.C. van Klinken 2009 Vogelgebieden in Groningen; uitgave van Avifauna Groningen.
Kaartje: Cartografische Dienst provincie Groningen
Foto's: Ana Buren

Links: