22 | 11 | 2017

Op ontdekkingsreis in Sri Lanka

door: Lieuwe van Welie
foto's: Johan Bos
2 t/m 17 maart 2007

Inleiding

kaart.gif
In maart 2006 was ik twee weken op Sri Lanka. Ik had een hectische tijd achter de rug, en wilde vooral rust. Die rust hield ik welgeteld één dag vol: ik werd gegrepen door dit eiland met z’n prachtige natuur, z’n eeuwenoude cultuur, de vriendelijkheid van de bevolking. De laatste 13 dagen heb ik gebruikt om het eiland te verkennen en te leren kennen..

Een jaar later mocht ik het nog eens overdoen, nu samen met Johan Bos en Merijn van Leeuwen, tezamen als delegatie van de natuurreisorganisatie Natura Aragon. Op uitnodiging van een Sri Lankaanse partner maakten we een rondreis van twee weken, om nader kennis te maken met het land, de natuur, de parken en niet te vergeten: de mensen.


Ligging en klimaat

Sri Lanka hangt als een traan aan z’n grote buurman India, en wordt daarmee verbonden door een serie eilanden, die samen de Adam’s Bridge worden genoemd. Het ligt 650 kilometer ten noorden van de evenaar en is qua oppervlakte zo groot als Nederland en België samen. Het land kent een grote verscheidenheid aan landschappen. We vinden er bergen, savannen, regenwoud, uitgestrekte rijstvelden, tanks, wetlands en 1330 kilometer zeekust. De zuid-west kant van het eiland wordt vaak aangeduid als de wet zone, de rest als dry zone. De zuidwestelijke moesson, die waait tussen mei en september, brengt meer regen dan de noordoostelijke moesson. Op Sri Lanka heerst een subtropisch klimaat. De gemiddelde temperatuur op zeeniveau bedraagt 27 graden, in de bergen 16 graden.

 
een van de vele gave wetlands
een van de vele gave wetlands ( © Johan Bos )

Veiligheidssitatie

Wat wij momenteel in Nederland over Sri Lanka horen heeft, helaas, vaak te maken met de ‘Tamil Tijgers’. Een kleine groep Tamils streeft naar onafhankelijkheid, en voert daarvoor al jarenlang een strijd met regeringstroepen. Een uitzichtloze strijd, want geen van beide partijen is sterk genoeg om te winnen. Bij vlagen laait de strijd op en horen wij daarover in Nederland. De burgerbevolking van Sri Lanka heeft hier feitelijk niets mee te maken; die willen rust en vrede, maar juist zij hebben het meest te lijden van deze zinloze burgeroorlog.

Wie op Sri Lanka rondreist, zal ervaren dat het een land is waar verschillende bevolkingsgroepen júist vredig naast elkaar wonen: boeddhisten, hindoes, moslims, christenen, katholieken, ze leven écht samen. De mensen op Sri Lanka zijn uiterst vriendelijk en voorkomend, en er is geen enkel moment geweest dat we tijdens de twee keer dat we dit land hebben bezocht ons onveilig hebben gevoeld, integendeel. En zelfs aan het gedrag van de dieren zien we die vreedzaamheid: op Sri Lanka mag niet worden gejaagd, daardoor zijn de grotere zoogdieren goed benaderbaar.

indischenimmerzat.jpg
Indische nimmerzat ( © Johan Bos )

De strijd met de Tamils speelt zich met name af in het noord-oosten, onze reis ging voornamelijk over het zuid-westelijke gedeelte van het eiland. De aanvallen van de Tamils zijn ook nooit gericht tegen toeristen.


De vogels

Zoals te verwachten in een land zoveel verschillende biotopen is het aantal vogelsoorten hoog. De officiële lijst bedroeg in 1999 maar liefst 426 soorten. Er worden momenteel 30 endemische soorten onderscheiden. Met enige moeite en geluk moet het mogelijk zijn om in twee weken alle endemen te zien te krijgen. Ondanks het feit dat in deze voorbereidingsreis er niet ging om ging om te scoren, hebben we toch maar liefst 239 soorten gezien, waavan 26 endemen.

In dit verslag worden de belangrijkste soorten genoemd, vooral om de lezer een beeld te geven van de plekken en wat daar te verwachten. Het was niet de bedoeling om hier volledig te zijn. Ik heb, de soms vreemde, Nederlandse namen gebruikt, als ik die niet kon vinden gebruik ik de Engelse, schuingedrukt.

Ik ben een vogelaar en ik gids vooral bij vogelreizen. Maar in Sri Lanka word je ook overweldigd door al die zoogdieren, die fraaie grote vlinders, de mooie hagedissen, al die bloemen.. jazeker, ik ook!


Dag 1: heenreis, Ranweli Holiday Resort

Na een vlucht van bijna 10 uren kwamen we ’s ochtends om kwart voor zes aan op het vliegveld van Colombo, waar we werden opgewacht door een delegatie van onze Sri Lankaanse partner. Dwars door het chaotische verkeer brachten zij ons naar het Ranweli Holiday Resort, een perfecte plek om een reis door Sri Lanka te beginnen. Voor mij voelde het als thuiskomen, een jaar eerder zat ik hier ook al twee weken.

Het resort ligt op een schiereiland, met aan de ene kant de Indische Oceaan en aan de andere kant een door onze Hollandse voorvaderen gegraven kanaal. Hoewel het aan de westkant van Sri Lanka ligt, heeft de Tsunami zelfs hier huisgehouden. Vele huizen zijn weggespoeld, en de strook land tussen zee en kanaal is vlakbij het hotel doorgebroken. Ranweli zelf raakte zwaar beschadigd, het kostte driekwart jaar om de schade te herstellen.

paradijsvliegenvanger
paradijsvliegenvanger ( © Johan Bos )

De eerste dag namen we tijd om bij te komen van de lange vlucht en te wennen aan het klimaat. Dit eco-friendly resort leent zich prima voor een kennismaking met Sri Lankaanse avifauna. Een kleine greep: het wemelt er van de Huiskraaien, met een enkele Dikbekkraai. Veel Treurmaina’s ook, die de meest fantastische geluiden maken. Twee soorten honingzuigers: Loten’s Honingzuiger en de Purperstuithoningzuiger, maar ook Dikbek-honingvogel, Blauwstaartbijeneter, Boomkwikstaart, Tuintapuit en de prachtige Dayalijster. Over zee vlogen veel Lach- en Witwangsterns, Bengaalse Stern, enkele Grote Kuifsterns, één enkele Arabische Stern en een stuk of wat Bruinkopmeeuwen. Aan de zoetwaterkant zagen we nog Smyrnaijsvogel, Witbuikdrongo, Langstaart-snijdervogel, Indische Kievit, de eerste van vele Indische Ralreigers. Overvliegend: Aziatische Palmgierzwaluw, enkele Brahmaanse Wouwen en de schitterende Witbuikzeerarend.

Het eten, ’s avonds, was uitstekend: een buffet met ruime keuze. Het bier (merk Lion) was overigens ook niet te versmaden.


Dag 2: boottocht vanuit Ranweli, rijden naar Kitulgala

’s Ochtends maakten we een twee en een half uur durende boottocht over het kanaal. Onze gids Yata was inmiddels aangeschoven, een rustige en goedlachse wat oudere man. We hadden wel zin in zo’n ontspannen vogel-vaartochtje. Uiteraard zagen we veel soorten reigers: Chinees Woudaapje, Kleine en Grote Zilverreiger, Mangrovereiger (op een meter van de boot!), maar ook Indische Aalscholver en Indische Dwergaalscholver, Bonte IJsvogels, en de enorme Ooievaarssnavelijsvogel. Mooi waren ook twee Smyrna-ijsvogels, die al hun pracht bij de ingang van een nesthol lieten zien. Regelmatig zagen we een Varaan langszwemmen. Boven ons vlogen Grijze Spitsvogels en de enorme Reuzenstekelstaartgierzwaluw.

’s Middags reden naar onze volgende standplaats: Kitulgala. Onderweg zagen we vanuit ons busje twee Indische Kuifarenden cirkelen, een prachtig gezicht.

Kitulgala is een plaats aan de gelijknamige rivier en ligt zo’n 50 km. ten oosten van Colombo (is ongeveer twee en een half uur rijden). Om een idee van het landschap te geven: het was de plek waar ooit de film “Bridge over the river Kwai” is opgenomen. Voor ons zou dit de kennismaking met de jungle zijn in het nabij gelegen Kelani Forest Reserve.

Voordat we aan het eind van de middag een verkennende wandeling zouden maken, hadden we een paar uurtjes over die we doorbrachten aan de oever van de rivier. In het water stonden mensen zich te wassen, zwommen, baadden… Het ademde allemaal een ontspannen sfeer uit. Ondertussen zagen we ook nog eens prachtige Zwarte Roerdomp aan komen vliegen, terwijl in de omringende bomen Gangesbrilvogel, Groene Muskaatduif en Dollarvogel werden gezien. Boven de rivier wemelde het van Malabarsalangaan, de kleinste gierzwaluw van het eiland, met daartussen enkele Gekroonde Boomzwaluwen. Mooi was ook de eerste Aziatische Wespendief, die laag over de rivier vloog.

de endemische Sri Lanka-babbelaar
Sri Lanka-babbelaar ( © Johan Bos )

Om half vijf vertrokken we voor de wandeling, onder leiding van Yata. We moesten eerst een wel heel lange en smalle hangbrug oversteken, om aan de overkant van de rivier te komen. Ook weer overleefd! Deze wandeling ging nog niet echt door het regenwoud, maar door een half open bos, met hier en daar wat hutten en huisjes. Qua vogels was het zeer productief, we kregen onze eerste endemen. De eerste was de Ceylonspoorkoekoek. Lijkt veel op de veel talrijker Chinese Spoorkoekoek, maar let op de geel-groene in plaats van zwarte snavel! Aan de kust hadden we al Geelsnavelbabbelaars gezien, maar hier vonden we Sri Lanka Babbelaar: prachtig rossig bruin, met knaloranje snavel en poten. De derde endeem was de Sri Lanka Vleermuisparkiet, een kleine parkiet met korte staart. Met deze eerste waarneming waren we zeer verguld, later kwamen we ze overal tegen. Wat te denken van de mooie Goudborst-buulbuul en de Goudbrauw-buulbuul, beiden zogenaamde near-endemics. De Sri Lankaanse ondersoorten staan op de nominatie om te worden afgesplitst. Zo zijn er overigens meer ondersoorten op Sri Lanka die de soortstatus zullen krijgen. Voorts zagen we nog Black-hooded Oriole, Black Bulbul, en een prachtige specht: de Kleine Geelkuifspecht. Het zou de enige van de trip zijn.

’s Avonds, laat, aan het einde van een goede dag: diner op het buitenterras van ons hotel.


Dag 3. Kelani Forest Reserve, rijden naar Sinharaja

‘s Ochtends zouden we het Kelani Forest Reserve bezoeken, één van de laatste resten regenwoud van Sri Lanka, waar we kans maakten op twee endemische hoenderachtigen: het Ceylonhoen en de Sri Lanka Dwergfazant. Het was de bedoeling om zeer vroeg te starten, om met eerste licht in het woud te zijn, het moment wanneer de vogels het meest aktief zijn. We moesten eerst twee kilometer rijden naar een plek aan de rivier, waar we met een catamaran zouden worden overgezet. De ‘kapitein’ woonde aan de overkant en had zich verslapen. Zo verspilden we een half uur, wachtend aan de rivier.
Toen we uiteindelijk waren overgezet in een uiterst smal bootje was het al licht geworden.

Merijn stapte als eerste uit en spotte een Zwartkapbabbelaar en de fraaie Tickell-niltava, een soort vliegenvanger. We liepen eerst tussen wat huisjes door, waar de bewoners, net wakker geworden, ons zonder uitzondering vriendelijk begroetten. Al snel zagen we de eerste Ceylonhoen. Het geluid dat ze maken is een krassend gekraai; toen we het eenmaal herkenden hoorden we het overal. Na een half uurtje liepen we in het woud. We kwamen op een plek waar Yata ons liet stoppen: hier zouden we de Dwergfazant kunnen horen. Merijn had de geluiden op CD mee, we speelden kort de roep af. Al snel kwam er antwoord vanuit het bos. We besloten het bij het geluid te laten en de vogels niet op te zoeken. Volgens Yata zou er op dezelfde plek ook kans zijn op Malabartrogon. Ook deze werd getaped, en binnen vijf seconden schoot er een bont gekleurde vogel door het gebladerte. Eenmaal in beeld genoten we van het zwart, wit, roze en goudbruin: een pláátje.

We liepen door en zagen onze eerste Sri Lanka Grey Hornbill en werden door Yata attent gemaakt op het piepkleine nest van de Vlaggendrongo, beide endemen. De laatste vloog om de nestboom heen en landde tegen de stam. Met z’n lange sierveren aan de staart was ook dit een buitengewoon fraaie verschijning.

Bij een open plek in het woud konden we even de lucht zien. We zagen een Kuifhavik baltsen, twee Ceylonbeo’s vlogen over, en de Sri Lanka Roodstuitzwaluw liet zien waarin ie verschilt van de onze: over het hele lichaam donker oranje-rood gekleurd en hij lijkt iets groter te zijn. In de bomen ontdekten we een aantal felgeel gekleurde Dwergbuulbuuls plus twee Bruinkop-bijeneters.

zwarte roerdomp
zwarte roerdomp ( © Johan Bos )

We pauzeerden bij een klein stroompje in de jungle. Merijn kon niet blijven zitten en ontdekte even verderop een Vlekvleugellijster, alweer een endemische soort. De vogel was kort te zien, maar alleen al het horen van de prachtige zang was genoeg.

Na vijf uren lopen gingen we terug naar het hotel. Bij terugkomst in het hotel mocht ik eindelijk mijn lange broek uittrekken, die ik in mijn sokken had gestopt om bloedzuigers geen kans te geven. Ik had dat, in de jungle, dus nét te laat gedaan: er had een bloedzuiger op m’n been gezeten en het was één bloederige toestand. Hoewel het maar een piepklein wondje was, bleef het nog uren bloeden. De bloedzuiger zelf kwam voldaan mijn broekspijp uitrollen. Overigens liep Yata zelf in korte broek en slippers door de jungle. Hij lette wel voortdurend op of er niet een bloedzuiger op z’n voet zat.

’s Middags reden we naar Sinharaja, het meest beroemde regenwoudreservaat van Sri Lanka. De trip kostte ons in totaal vijf en een half uur, inclusief een goede rijst met currie lunch. Onderweg nog een mooie waarneming: Yata liet onze chauffeur stoppen, want hij had een roofvogel gezien, zittend op een electriciteitsdraad. Na enige discussie waren we eruit: het was een juveniele Indische Slangenarend. Terwijl we de vogel bekeken, kwam één van de oudervogels naast het jong zitten, om direct weer op de grond te duiken, een slang te pakken, in onze richting te vliegen en op een paal te landen. Vlak vóór ons werd in enkele seconden een slang naar binnen gewerkt…

Eind van de middag kwamen we aan bij The Blue Magpie, de lodge waar we twee nachten zouden slapen. Na het eten gingen de heren nog even met zaklampen op zoek naar de Sri Lanka Kikkerbek. Yata wist een plek, maar de vogel zat er niet, niet vanavond..


Dag 4: Sinharaja

Sinharaja is het grootste en best bewaard gebleven restant regenwoud op het eiland. Het ligt zo’n 50 km ten zuiden van Ratnapura. Op twee na zijn alle endemen hier te vinden.

Het park opent om 7 uur. Er moeten eerst tickets worden gekocht, en het is verplicht met een officiële gids het park in te gaan.

Met een stevig ontbijt achter de kiezen, tickets in de hand en onze gids Semi aan onze zijde begon onze wandeling. Het is eerst al een uur lopen voor je in het echte park bent. Daar aangekomen, is het simpelweg de weg door het park volgen naar het zogenaamde Research Centre. Wij namen echter een short-cut, op aanwijzing van Yata. Dat betekende een steile klim, wat eigenlijk een ommetje door het woud bleek te zijn. Maar de vogels, daar ging het om. Het ommetje leverde ons wel een roepende Chesnut-backed Owlet op. Het was zeer verleidelijk, maar ter plekke besloten we het tapen achterwege te laten. So wie so was het in het park verboden, maar wij zouden het deze trip niet meer doen.

Blauwe Kitta
de beroemde Blauwe Kitta ( © Johan Bos )

Meer moois: de Blauwe Kitta, ofwel Blue Magpie, vijf in totaal. Wát een vogel, wat een kleuren! Of de Grijskop-lijstergaai, Smaragdparkiet, de Sri Lankahoningvogel, Travancore-kruiplijster, onmogelijke namen voor prachtige vogels. Op de laatste, een near-endemic, na allemaal endemen. Of de Grote Goudrugspecht, niet geel maar op Sri Lanka knallend iriserend rood op de rug.

In totaal liepen we dik zes uur, voordat we bij Martin’s Place aanschoven voor een welverdiende lunch.
Na de lunch besloten Merijn en ik nog een keer het park in te gaan, Johan ging terug naar The Blue Magpie om het daar even wat kalm aan te doen.

In het park ontmoetten we een onofficiële gids, die een slaapplek van de Sri Lanka Kikkerbek wist. Als we de vogel wilden zien moesten we snel zijn: het was al laat in de middag, en de vogel vliegt in de schemering. Nou, dát wilden we wel! Half lopend, half rennend verlieten we het park, om nét op tijd op de plek te komen. Hoe die jongen de plek kon onthouden, midden in het struikgewas, en dan zo’n goed gecamoufleerde vogel.. maar hij zat er en was mooi te zien. Deze run leverde ons nog één endeem op: vlak bij de plek van de Kikkerbek hadden twee andere gidsen twee Bruinkap-jungletimalia’s in beeld. We mochten zó aanschuiven.. Uiteraard hebben we ze allemaal een fooi gegeven, hier leven die jongens van. Het toerisme, in dit geval de vogelaars, hield rond Sinharaja een heel dorp aan het werk. Een goed voorbeeld van hoe toerisme de bescherming van waardevolle natuur helpt.

Na deze laatste aktie breken me de vermoeidheid en de hitte op.. Dit wordt mijn early night.


Dag 5: Uda Walewe National Park

Met pijn in ons hart verlieten we The Blue Magpie. Voor vogelaars een ideale locatie: basic, maar goed verzorgd, en zeer vogelvriendelijk. Onder het ontbijt Sri Lankabaardvogel en Roodbuik-buulbuuls op de voedertafel, Groene Fitis in de tuin….

Ons volgende doel was het Uda Walewe National Park. Dit park, in oppervlakte drie keer de Oostvaardersplassen, is vooral beroemd om haar Indische Olifanten. Het is alleen toegankelijk per jeep mét gids.

Om half 4 startte onze safari. We reden langzaam, door een landschappelijk prachtig gebied: open savannen met mooie rotsformaties, vrijstaande bomen. De olifanten vielen in aantal wat tegen: we zagen er in totaal vier, op redelijke afstand. Vogels waren er des te meer. We noteerden als nieuwe soorten (o.a.): de enorme Malabar-neushoornvogel, de wonderschone Grijze Prinia, Klaagkoekoek, Indische Bonte Specht, Loodbekje, Roodbuiktimalia, Grote Alexanderparkiet, Bisschopsooievaar.. Voor de Landrover uit zagen we een aantal keer Zwartkeelvechtkwartels rennen. Bijzonder vond ik de Pauwen, behoorlijk veel, en hier echte wilde vogels.

We maakten een stop bij een meer. Het meer stond vol met dode bomen, die op hun beurt weer vol zaten met verschillende soorten aalscholvers, reigers en Aziatische Slangehalsvogels. Het schemerde al wat toen we het park uitreden. Onderweg zagen we nog een Grijze Mangoest (één van de drie soorten die we deze trip tegen zouden komen) en een groepje Spotted Deer.

We kwamen laat aan in ons classy hotel in Embilipitiya. We zouden hier slechts één nacht blijven. De Lion-beers moesten we snel achterover slaan, morgen weer zeer vroeg op!

 

briesende olifanten in Yala
briesende olifanten in Yala ( © Johan Bos )

Dag 6: Tissmaharana, Yala

Er wachtte ons weer een vol programma: via Tissamaharana zouden we rijden naar nationaal park Yala.

Bij het plaatsje Tissamaharana ligt een zogenaamde tank: een zoetwaterreservoir die in de regentijd wordt gevuld, om het water in de droge tijd voor de landbouw te kunnen gebruiken. Sommige tanks zijn eeuwenoud. Vaak zijn ze weelderig begroeid met waterplanten als lotus, waterlelies en ze herbergen talloze watervogels.

Eind van de ochtend kwamen we er aan. We moesten eerst nog een lang pad uitlopen om bij de tank te komen, wat al een aantal leuke soorten opleverde: Zwartkop-rupsvogel, Kleine Groensnavelmalkoha, een Bruinkopbaardvogel die op twee meter afstand een papaja-vrucht leeg at. Een Indische Gaper liep naast ons in een sloot.

Aan het eind van het pad kwam er een jongen naar ons toe. Hij sprak Yata aan en vertelde dat hij een ‘visuil’ in z’n tuin had, en het was vlakbij... We werden nieuwsgierig en liepen met de jongen mee. En ja hoor, in een struik zat een mooi klein uiltje, meesterlijk gecamoufleerd. Het bleek een Collared Scops-Owl zijn, en even later bleken het er twee! Fooi!

De wandeling langs de tank leverde mooie soorten op: Waterfazant, Grijze Pelikaan, bomen vol broedende Grote Zilverreigers in prachtkleed. Een Indische Kuifarend vloog op van haar nest in een boom, vlak langs het pad. Er stonden een paar grote bomen in het water van de tank. Onder één van de bomen lagen een aantal waterbuffels, half in het water, met een krokodil er vlak naast.

Onze chauffeur Dunstan wachtte ons op aan het eind van het pad. Hij liet ons snel weer instappen, want we moesten snel weer door, naar Yala, naar onze ‘leopard experience’.

Yala, aan de zuid-oost kant van het eiland is verreweg het grootste nationale park van Sri Lanka. Het is beroemd om z’n grote zoogdieren: nergens ter wereld komen zoveel Luipaarden voor. Bij gebrek aan andere big cats worden Luipaarden hier groter en zwaarder dan waar ook ter wereld. Voorts lopen er in Yala Kraagberen, Indische Olifanten, Jakhalzen, Wilde Zwijnen en verschillende soorten herten rond.

Om half 3 gingen we het park binnen. Ook hier: alleen per jeep, met gids, op safari dus. Bij de ingang van het park lagen wat ondiepe plasjes die eerst gecheckt moesten worden. Het leverde een aantal Hollandse soorten op: Kemphaan, Grutto, Zomertaling en een Lepelaar. Fantastisch vond ik de Grote Grielen, onhollands, enórme beesten!

Jakhals
jakhals in Yala ( © Johan Bos )

Maar de zoogdieren, daar ging het om. Als eerste hadden we een Wild Zwijn in beeld, even verderop een groep Spotted Deer. De officiële gids van het park was zeer alert. Hij hing zo’n beetje buitenboord om onder en tussen de struiken door te kijken. We waren eigenlijk nog maar net op weg of hij ‘tikte’ op de jeep, voor de chauffeur het teken om te stoppen. De gids, en ik ook, had tussen de struiken een flits van een luipaard gezien. De jeep stopte, midden op het zandpad. Motor uit, er bleek paniek onder de dieren. Een Samba-deer rende de bosjes uit, een meter vóór de jeep, in de bomen schreeuwden Grey Langurs, een aantal van deze apen sprong zowat óver onze jeep…. We hoorden gegil uit de struiken. De gids vertelde dat het een alarmerend Samba-hert was, er was kennelijk iets gebeurd.. En toen, het moet op niet meer dan vijftien meter zijn geweest, maar onzichtbaar door het dichte struikgewas, hoorden we een Luipaard brullen. Hij had z’n kill gemaakt, want we hoorden een Samba-hert z’n laatste adem uitrochelen…

Na deze piekerervaring reden we door het park, uitkijkend naar meer Luipaarden. Die zagen we niet. Wel twee prachtige Jakhalzen, rustig lopend door het lange gele gras, Indische Olifanten, twee mannetjes, die elkaar wat uitdaagden, stof toewierpen, een andere op minder dan tien meter van de jeep.. Veel vogels ook: Stekelstaartsnip, Baya-wever, Witbrauwbuulbuul, Indische Waaierstaart, Kleine Groene Bijeneters.

Het park zou om half zeven sluiten, we waren al op weg naar de uitgang, toen de chauffeur op de rem stond: er zat een Luipaard, een eind verderop, op het zandpad! Toch nog één goed in beeld! Rustig nou, rustig er naar toe rijden.. Camera’s klaar, en het beest bleef zitten, nee, stak rustig het pad over om aan de andere kant weer te gaan liggen, en we kwamen dichter en dichter bij… Inmiddels reden achter en naast ons drie of vier andere jeeps, ook op weg naar de uitgang, maar nu.. Ik hoorde Merijn zeggen; “dit gebeurt niet echt..”, maar echt, we reden langzaam door, tot we náást de Luipaard stopten.


luipaard in Yala ( © Johan Bos )

Ik keek op de rug van een Luipaard die minder dan twee meter van me af lag.. Pas toen we daar stonden, snapten waarom het dier zich niets van ons aantrok: tussen de struiken door zagen we een groep Spotted Deer, en de Luipaard zag ze ook..

Toen volgde een maffe voorstelling: een stuk of zes jeeps probeerden allemaal een plaatsje op de eerste rang te krijgen, hopend op een spectaculaire jacht... En de herten, en de Luipaard, ze trokken zich nergens wat van aan. Die jacht hebben we niet meer meegemaakt. We moesten echt op tijd het park uit zijn, de chauffeur zou anders een boete krijgen…

’s Avonds wasten we kilo’s stof van ons af, aten, dronken we, praatten en zwegen, alles in het teken van…


Dag 7: Bundala National Park, rijden naar Nuwara Eliya

Na ‘de dag’ begint ook deze dag vroeg. We mogen weer op safari, en wel naar Bundala National Park.
Bundala ligt aan zee en heeft een aantal lagunes en stranden, goed voor steltlopers.

Weer krijgen we een gids mee, en we rijden rustig over de zandpaden tussen de lage begroeiing door.

We zien een aantal mooie nieuwe soorten: Jungleprinia, Kleine Rupsklauwier, Indische karekiet, Bruinkapspecht, Grote Kuifstern.. er zijn veel apen: Grey Langurs en Toque Macaque. Toch valt deze trip wat tegen. We stopten voor ons gevoel niet op de goede plekken, en waar we wel stopten liepen geen steltjes. We mistten hierdoor de Kleine Vorkstaartplevier en de Zwarthalsooievaar.

Die middag maakten we een lange rit in de richting van Nuwara Eliya, een rit die met een lunch in tweeën werd geknipt. Weer onderweg kwam er een zeer vervelend telefoontje voor Yata: zijn zwager, 32 jaar oud, was verongelukt. Hij moest zo snel mogelijk naar Colombo. Hij wilde eerst voor een nieuwe gids zorgen, maar we verzekerden hem dat wij ons wel zouden redden. In het hotel namen wij afscheid van hem.

rivierlandschap met regenwoud
rivierlandschap met regenwoud ( © Johan Bos )

Dag 8: Horton Plains, Hakgalle, Victoria Park

Vandaag de laatste van de vroeg-op-dagen, maar dan ook écht vroeg. Onze chauffeur zou ons om vijf uur ophalen bij het hotel, want we móesten om kwart voor zes bij de ingang van de Horton Plains zijn, om als het park opent zo snel mogelijk naar de Arrenga Pond te gaan. In de vroege ochtendschemering zie en hoor je daar ‘de moeder aller endemen’, de Sri Lanka Fluitlijster. De énige plek ter wereld, maar dan moet je wel op tijd zijn.. Dustan kwam tegen half zes aanzetten, met een vaag excuus over ‘geen wake-up call gehad’... Anyway, het plasje in het bos, we waren er om half zeven.. Te laat, we mistten de lijster..

Niet dat we ons daar verveelden, daar bij the pond. Er waren een paar andere zeer fraaie soorten: de eerste, en tegelijkertijd voor mij één van de mooiste endemen van Sri Lanka: de Ceylon-vliegenvanger, in het mooiste blauw dat je je kunt voorstellen. Voorts: Kasjmir Vliegenvanger, Sri Lanka Struikzanger, en de prachtige Geelpluim-buulbuul.

De Horton Plains is een hoogvlakte op 2000 meter hoogte. Het landschap bestaat uit afwisselend bos en grasland. Deels in cultuur gebracht, een erfenis uit de Engelse koloniale tijd. Hier niet de benauwde vochtigheid van de jungle maar een droge lucht, een frisse wind, en een stekende zon!

Na het bezoek aan de pool gingen we een rondwandeling maken, met een stop bij World’s End, een uitzichtpunt aan de rand van de hoogvlakte, die daar honderden meters steil naar beneden gaat. We liepen eerst nog een uurtje verkeerd, in totaal waren we vijf en een half uur onderweg.

waterfazant
waterfazant ( © Johan Bos )

Het landschap vond ik geweldig: droog, fris en ruig. Vogels: Zwart Paapje (zeg maar de lokale Roodborsttapuit), Hutzwaluw, en mijn wenssoort: een Aziatische Kuifarend: een alarmerende Slechtvalk trok onze aandacht, hij vloog op de arend af, die op haar beurt prachtig, laag over ons heen zeilde.

We aten onze lunch in het busje, om tijd te sparen. We moesten nog wat plekken bezoeken: eerst de botanische tuin van Hakgalle. Daar kan ik hier kort over zijn: verkeerde moment van de dag, weinig te zien, al levert het nog wel een paartje Sri Lanka-houtduiven op. Daarna haastten we ons naar het Victoria Park in Nuwara Eliya. Het park ligt midden in de stad en zou goed zijn voor Negenkleurige Pitta en Eksterlijster. We zijn er maar even geweest: het was er vies, het stonk er, er was zoveel verkeerslawaai, en we waren zo moe.. Het was goed voor vandaag.

Terug in het hotel ontmoetten wij onze nieuwe gids: Aloy Diaz. Een totaal andere persoon als Yata. Aloy vertelt, hij is aanwezig, is leading, en denkt met ons mee: “wat hebben jullie al gedaan, wat willen jullie nog zien?”


Dag 9: Galway National Park, Kandy

’s Ochtends voor het ontbijt maken Aloy, Merijn en ik een korte wandeling naar het Galway National Park, ligt achter het hotel. Het levert de Grey-headed Canary Flycatcher op. Het zou het enige vogelen van deze dag zijn, want vandaag staat in het teken van cultuur.

Het wordt een lange rit. Onderweg naar Kandy bezoeken we eerst een thee-fabriek. Ook op deze zondag is de fabriek in bedrijf, zij het beperkt, want er is weinig aanvoer van thee vanwege de droogte. Aloy legt het hele proces uit, van drogen, fermenteren, kraken, sorteren. We mogen de hele fabriek bezichtigen, en we zien de arbeiders hun vaak zware werk doen. Ze worden daar redelijk voor betaald. De hele sfeer is in de fabriek is koloniaal, Engels.

Halverwege de middag kwamen we aan in Kandy, de culturele hoofdstad van Sri Lanka. Hier vinden we de beroemde Tempel van de Tand, waar een tand van Boeddha bewaard wordt. Hoewel de tempel zelf alleen ’s ochtends vroeg en ‘s avonds is geopend, maken we een wandeling langs het gebouwencomplex. Zelfs hier kunnen wij vogelaars het niet laten: in één boom zien we Roodkeelbaardvogel en Kopersmid baardvogel. Maar ook tempels zijn prachtig: in het mooie namiddaglicht worden er fraaie platen geschoten.

Sri Lanka is zo rijk aan natuur dat je fantastische cultuur bijna zou vergeten. ( © Johan Bos )

Aloy brengt ons naar een restaurant met een fraai uitzicht over de stad en een bloedhete currie! ’s Avonds wachtte ons nog een ‘culturele show’ met zang en dans én een bezoek aan de tempel. Vooral dat laatste was indrukwekkend: niet alleen wat er aan schatten was te zien, maar de mensen, de menigte, in opperste verering, de dreunende muziek. Voor ons allemaal een geweldige ervaring.

We sliepen in een schandalig luxe hotel, (maar wel met fraai uitzicht over de rivier!).


Dag 10: Botanical Garden, Kandy

Een easy-going ochtendprogramma: wandelen door de Botanical Garden van Kandy, met een ontbijt-pauze in het park zelf. Vanaf zeven uur liepen we daar, relaxt, makkelijk, na alle volle en intensieve dagen mochten we het wat kalmer aan doen. De bloemenpracht alleen al maakte dit park een bezoek waard. Mooie vogels ook: Scharlaken Menievogel (mannetjes knalrood, vrouwtjes knalgeel), Tickell-niltava, en één nieuwe soort: Indische Sperwerkoekoek. Eloy had ‘m er op geluid uitgehaald. Prachtig om te zien was de Aziatische Paradijsmonarch, spierwit en met een lange staart. Deze witte vorm is trekvogel en komt vanuit India. De Sri Lankaanse ondersoort heeft een zwarte kop en een bruine rug en staart.

Een man vroeg onze aandacht en haalde een enorme schorpioen uit z’n jaszak. Na het dier geshowd te hebben ging ie moeiteloos met hand en al terug in de zak..

Het meest indrukwekkende van het park is de kolonie van 30.000 Fruitbats, grote fruitetende vleerhonden. Meestal alleen ’s nachts aktief, maar wij zagen enorme groepen heen en weer vliegen. In de vlucht waren het net grote roofvogels.

Om vier uur waren we terug in het hotel en hadden we vrij! Eindelijk even tijd om de notities en lijsten bij te werken.


Dag 11: Dambulla, Habarana

Bruine Visuil
bruine visuil ( © Johan Bos )

Vandaag een reisdag: einddoel was de eco-friendly logde The Chaaya Village in Habarana. Onderweg stopten we bij het 2000 jaar oude klooster van Dambulla. Een indrukwekkend complex: in vier uit de rotsen gehouwen zalen staan talloze boeddha-beelden. De zalen zelf zijn prachtig beschilderd, er hing een zeer bijzondere sfeer. Aloy liet zien dat hij niet alleen z’n soorten kent, maar ook over de cultuur van Sri Lanka veel weet, én dat hij dat goed weet over te brengen. Leuke soort: een laag overvliegende Roodbuikdwergarend.

In de loop van de middag kwamen we bij de logde, prachtig gelegen aan een tank. Net als Ranweli zeer verzorgd en gericht op rust- en natuurliefhebbers. Over het terrein van de lodge is een bird-trail uitgezet, die we samen met een gids gingen lopen. Erg vogelrijk, met veel watervogels in de tank, onder andere de Grijskoppurperkoet. Verder waren nieuw: Kleine Menievogel, Dikbek-honingvogel, en de prachtige Grijsborstprinia. Onbetwist hoogtepunt was de Bruine Visuil, die een paar meter boven ons hoofd zat. Johan heeft er fraaie platen van geschoten. In de schemering kregen we nóg een cadeautje: Negenkleurige Pitta.

negenkleurige pitta
negenkleurige pitta
( © Johan Bos )



Dag 12: Sigiriya, Kawdulla National Park

Vroeg uit de veren voor een bezoek aan Sigiriya, een enorm grote rots. Bovenop deze indrukwekkende rood-gele puist staan restanten van een paleizencomplex uit de vijf eeuw.

Om de rots te beklimmen (en het zíjn nogal wat trappen!) moet je er vroeg zijn: het is dan nog niet al te warm en de vele toeristen komen meestal wat later. Voor Vrouwkje en ik een bekende plek, maar waard om nog eens te zien. Het uitzicht vanaf de rots was geweldig.. ook mooi was de Slechtvalk die af en toe langsscheerde: de Sri Lankaanse ondersoort, de Shaheen, heeft een rode buik.

’s Middags maakten we onze laatste safari in het Kawdulla National Park. Centraal in dit park ligt een groot meer, we zouden langs de oever gaan rijden. Bij de ingang van het park moesten we de jeep regelen, daar hadden we al onze eerste mooie soort: de Shamalijster. Langs het pad dat ons het park binnen leidde zagen de eerste Grote Rivierarend. Later zouden we er bij het meer nog twee bij elkaar zien. Witbuikzeearenden vlogen overal, vaak in paren. Bij het meer zagen we twee Bisschopsooievaars wel heel fotogeniek in een boom zitten, en gelukkig kregen we ook de zeldzame Javaanse Maraboe in beeld.

javaanse marabou
Javaanse marabou ( © Johan Bos )

Toen we het park weer uitreden, liet Eloy de chauffeur stoppen om te luisteren naar nachtzwaluwen. Al snel hoorden we het geluid van de Indische Nachtzwaluw. Het was al donker toen we bij de lodge aankwamen. Eloy liet ons een rots beklimmen en in het licht van onze zaklampen zagen we kleine Hindoe Nachtzwaluw.

’s Avonds krijgen we Johan’s eerste selectie van zijn platen te zien, mooi..!


Dag 13 en 14: bird-trail, terugreis naar Ranweli

Voor het ontbijt doen we éven een stukje van het bird-trail van The Chaaya Village. Het levert nog een Kortvleugelkoekoek op en een Dama-lijster. Daarna wordt het een reisdag, terug naar Ranweli, ons startpunt. ’s Avonds genieten we van een geweldig onweer boven de Indische Oceaan. De laatste dag staat er niets gepland: bijkomen, nagenieten, schrijven, lijsten, zwemmen, eten, drinken.. Het was goed. Wat hebben we veel gezien aan vogels, vlinders, zoogdieren, reptielen, maar ook veel verschillende landschappen, prachtige parken.. En de mensen, aardig, vriendelijk en voorkomend, en we zijn als Natura Aragon-delegatie door onze gastheren zo goed verzorgd. Ja, Sri Lanka is het waard om gezien te worden, ontdekt te worden.

____________________

 

Links: 

Reacties   

 
#1 giena groenendal 04-10-2010 12:50
Ohh WAUWWW !!!
Ik wordt helemaal onrustig als ik die prachtige verhalen lees!
Geweldig!
Giena. :woohoo:
Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen