24 | 09 | 2017

Ringplaats: Groningen - Helpman

Project is gestopt

Met ingang van 1 januari 2007 is het ringproject voorlopig gestopt. De laatste jaren zijn de vangsten enorm in aantal achteruit gegaan. De oorzaak moet deels worden gezocht in de bouwactiviteiten op korte afstand van de ringplek (o.a. de Euroborg). Hierdoor werden de vangsten zo laag dat de gegevens niet meer bruikbaar zijn voor het doel waarvoor het onderzoek in der tijd is opgestart. Komend jaar zal worden bekeken of er mogelijkheden zijn om het project in een gewijzigde vorm voort te zetten.

Inleiding

In 2002 zijn we op de Kindertuin in de wijk Helpman gestart met een onderzoek aan zangvogels. De belangrijkste vraag waar we antwoord op hopen te vinden is: Wat zijn voor zangvogels de voor- en nadelen van het leven in een stedelijke omgeving. Er zijn een groot aantal factoren in de stad die van invloed kunnen zijn op het leven van zangvogels. Hierbij kunt u denken aan mogelijk negatieve invloeden zoals het vele verkeer en de grote dichtheid aan katten. Maar er zijn ook voordelen te bedenken zoals de vele plaatsen waar vogels worden bijgevoerd en het iets mildere klimaat.

Om de voor- en nadelen te kunnen meten richten we ons op het broedsucces en de jaarlijkse overleving van de zangvogels. Hiervoor maken we gebruik van het reeds bestaande project van het Vogeltrekstation namelijk het CES-Project.

Het CES-project

CES staat voor Constant Effort Sites, het op een vaste plaats met standaard opstelling van mistnetten onder zo gelijk mogelijke omstandigheden vangen en ringen van vogels in het broedseizoen. Dit project richt zich specifiek op broedvogels en wordt dus uitgevoerd in het broedseizoen en na het broedseizoen als de jonge vogels zijn uitgevlogen. Het CES geeft inzicht in het broedsucces en de overleving van de lokale broedvogelpopulatie. Verder levert het CES-project informatie op over de overleving van zangvogels.

Het onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied beslaat de Kindertuin in Helpman en de ruime omgeving. De Kindertuin is van het Natuurmuseum te Groningen en wordt gebruikt om kinderen te leren tuinieren. Wekelijks komen zo'n 550 kinderen werken in hun eigen volkstuintje. Naast de tuinen voor de kinderen bestaat het gebied uit een gedeelte gras en een paar stukken met struweel. De gehele tuin is omsloten met een houtwal. In de omgeving van het gebied zijn nog een aantal groenkernen aanwezig: park Groenestein, Volkstuinencomplex Tuinwijk en een groenstrook met vijvers langs de Helperzoom.

 

appelvink02kl.jpg

Appelvink

scholekster05kl.jpg

Scholekster

groenling15kl.jpg

Groenling

goudvink06kl.jpg

Goudvink


Resultaten van het onderzoek: een vergelijking tussen het CES-project in 2002 en 2003

Na twee jaar van onderzoek is het mogelijk de eerste resultaten van het onderzoek te presenteren. Er zijn nu twee jaren gegevens verzameld over het broedsucces van de zangvogels. Hieruit komen al een aantal opmerkelijke verschillen tevoorschijn.

Het broedseizoen van de Merel vertoont een opmerkelijk verschil tussen de twee jaren. In 2002 werden veel nesten in de eifase gepredeerd. Pas begin juli lukte het een paartje Merels om een nest met 4 jongen vliegvlug te krijgen op de tuin. Binnen het CES werden in 2002 pas eind juli de eerste jonge Merels gevangen. Het uiteindelijk jongenpercentage kwam in 2002 uit op 14%(n=22).
Het jaar 2003 liet een compleet ander beeld zien. Al vrij vroeg in het seizoen (eind mei) werden de eerste nesten met vliegvlugge jongen gevonden. Ook binnen het CES-project zijn meer jonge vogels gevangen. Het uiteindelijke jongenpercentage kwam in 2003 uit op 68% (n=25). Het jaar 2002 kan dus de boeken in als een jaar met een slecht broedseizoen voor de Merel. Terwijl 2003 een veel beter broedsucces laat zien. Wat de oorzaak is van deze grote verschillen is onduidelijk. In beide jaren waren dezelfde predators in het gebied aanwezig. Mogelijk is het weer in 2003 gunstiger geweest voor de Merels.

Een tweede soort waarbij een opmerkelijk verschil tussen beide jaren te vinden is is de Koolmees. In 2002 waren er 2 paar met een territorium op de tuin. Aan de hand van vangsten en ringaflezingen werd duidelijk dat beide paren twee maal een broedpoging ondernomen hebben. Een paartje bestaand uit 2 volwassen vogels (nr. 059 en 060) hebben twee maal succesvol gebroed. Het tweede paar met een ongeringde man en een vrouw van 1 jaar oud (nr.061) hebben ook twee pogingen ondernomen. Waarvan 1 broedsel ook succesvol was, het tweede broedsel is mislukt in de ei-fase. Beide paren hebben in ieder geval twee maal een broedpoging ondernomen en gezamenlijk 14 jongen groot gebracht.
In 2003 werden drie paren vastgesteld op de tuin (o.a het paar met nr. 050 & 060). Alle paren hebben in tegenstelling tot 2002 maar ´´n broedpoging ondernomen. Tijdens deze broedpoging bleek het dat de jongen een gebrek aan voedsel hadden. De kleinste jongen uit de broedsels hebben het dan ook niet overleefd. De drie paar Koolmezen hebben in 2003 gezamenlijk maar 8 jongen groot gebracht.
Een zelfde beeld was zichtbaar bij de Pimpelmees. Het lijkt er sterk op dat gebrek aan voedsel de mezen heeft doen besluiten om geen tweede broedpoging te ondernemen in 2002 was de voedselsituatie blijkbaar beter dan in 2003 en konden ze wel twee maal broeden.

Mezen op trek door de stad Groningen.

Oplettende mensen kan het niet zijn ontgaan dat er in de herfst van 2003 veel mezen in Noord-Nederland waren. Begin oktober druppelden de eerste Europese berichten binnen over grote aantallen trekkende mezen.
Bij Falsterbo (zuidpunt van Zweden) werden grote aantallen Pimpelmezen gemeld, bijvoorbeeld 26.000 langstrekkende exemplaren in de eerste week van oktober (Internet 1). Ook dichter bij huis werden door trektellers grote aantallen van deze vogels gemeld en ringers in Noord-Nederland vingen forse aantallen.
Op onze ringplek in Groningen hebben we ook veel mezen gevangen en geringd.
Omdat we ook in de herfst van 2002 hebben gevangen konden we een vergelijking maken tussen beide jaren.
Hierover is een artikel verschenen in de "Grauwe Gors" dat hier als pdf te downloaden is.

Terugmeldingen van de geringde vogels

Inmiddels zijn de eerste terugmeldingen ontvangen van door ons geringde vogels. Veel meldingen zijn afkomstig uit de omgeving van de ringplek. Veelal binnen een straal van enkele kilometers. De herfst van 2003 stond in het teken van grote verschuivingen onder de verschillende mezen soorten. Deze verschuivingen komen ook tot uiting in de terugmeldingen. Een pimpelmees en een koolmees zijn verder zuidwestelijk teruggemeld in respectievelijk de Oostvaardersplassen en bij de Afsluitdijk. Ook zijn er op de tuin twee Zwarte mezen gevangen met een ring van elders. Beide vogels hadden een noordoostelijke trekroute aangehouden en waren afkomstig uit Leek en van de Veluwe. Tot nu toe zijn er 2 melding van een vogel die in het buitenland zijn geringd of gemeld. Het gaat om een mannetje Tjiftjaf die op 25 mei 2002 werd gevangen en in West-Vlaanderen, België was geringd op 20 oktober 2001. En om een Zwartkop die op 26 september 2003 was geringd in Helpman en op 11 oktober 2003 in België is teruggevangen. In Tabel terugmeldingen staan alle meldingen op een rij.

Zelf een ring gevonden?

Zie de algemene Ringpagina wat te doen, mocht u hulp nodig hebben bij het versturen van de gegevens dan willen we u daar graag bij helpen.

Email naar Rene en Susan Oosterhuis: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.