28 | 07 | 2017

Tapuit kiest tapijt

Harm Jansen

tapuit

01-11-14

Het leek wel alsof de Dollard onder een stolp lag. Het was eb. Olle Tjoard liet zijn bad nu vol lopen met water uit de overloop, de ringsloot die de kwelders omsloot. Het was doodstil. Een verkleuring in de grasmat op de dijk gaf aan, dat het bad een tijd terug overgestroomd was. De vloer naast de bad-kamer was nog in tact. Aan het plafond doemden in de verte plotseling zwarte wolken van bonte strandlopers op, die binnen luttele minuten in witte stippen vervlogen. Hiervan wilde je wel een behangetje.

Voor me zag ik een hek. Even dacht ik aan Die Wand, het boek van Marlen Haushofer, waarin een vrouw op een onzichtbare doorzichtige wand stuit, waarachter een doodse onbeweeglijkheid heerst.

Het hek was afgesloten met een hangslot. Aan weerszijden was traliewerk van metaal of gaas. Ik moest de dijk over om het buitendijkse fietspad te bereiken. Boven op de dijk keek ik richting het Oldambt. Onbeweeglijk lag het landschap erbij, op een rookpluim van de grasdrogerij in Oostwold na. Ik bleef binnen de stolp. Stelde me voor, hoe het zou zijn, als je hier voor je zelf moest zorgen. “Met opkomend water poeren in de prielen, koeien melken, schapen slachten …, af en toe een gans …?” Ik kreeg gezelschap.

tapuit

Op een paaltje zat als een poortwachter Tapuit. Als Charon voor de Styx. Tapuit stak de overloop nog niet over. Maar zeeg neer aan de andere kant van het hek. Ik hees mijn fiets er overheen en probeerde mijn weg te vervolgen. Tapuit fladderde met me mee en leek steeds andere grond onder de voeten te willen krijgen.

tapuit

“Nee wijntapper, het grijze tapijt van het fietspad, heeft jou niets te bieden. Op dit kortpolig tapijt zul je de wijnvlekken overduidelijk zien.” Wijntapper? Ja, jouw Latijnse naam Oenanthe oenanthe komt wellicht van het Griekse oinanthe: knop van de wijnstok, eerste loot van de jonge druif. Wijn of Wien, is ook ontleend aan het Oudhoogduitse winne, gras- of weiland, tapijt waarop jij ook graag vertoeft.

tapuit

Jouw bukkende bewegingen, die ik volop zag, schijnen ook geassocieerd te worden met de bewegingen die iemand maakt bij het wijn tappen uit het vat. Het Noordfriese woord wintapper zou wederom verwijzen naar een overlaat in een wijnvat, het waterslot, waaruit tijdens het gistingsproces koolzuurgas ontsnapt. Dit zou een borrelend, smakkend geluid geven, waarmee het geluid van de Tapuit wordt vergeleken.

“Maar goed, dat Olle Tjoard geen koolzuurgassen laat ontsnappen.”

tapuit

Bij je bukkende bewegingen viel het witte vlekje boven je stuit soms op. Je Engelse naam Wheatear is een andere versie van het woord ‘white arse’. Ik zag dat het groene tapijt van het gras je ook niet lang bekoorde. Misschien was het te open en bood het geen bescherming. Tegen de zon? Misschien voelde je je opgejaagd en wilde je je liever in de aardkluiten verbergen.
Je Franse naam Traquet motteux doet dit vermoeden, hoewel traquet wellicht niet van traquer (opjagen) komt, maar verwijst naar een hard trak-geluid. Motteux heeft vast te maken met je gewoonte je op/in aardkluiten terug te trekken: de se tapir sur les mottes de terre.

tapuit

We komen bij het laatste tapijt. Je stak de overloop over. Je begaf je tussen de aardkluiten en stenen. Steinschmätzer, die je bent! Het schmätzen, het smakken van de stenen, slaat hier op het geluid, dat je soms maakt, als het geluid van 2 kiezelstenen die elkaar raken. Werd je op het groene tapijt nog gezien als geluksbringer, op het laatste tapijt ziet men je helaas als aankondiging van de dood. Daarvoor zijn 2 verklaringen:

1) Het geloof dat padden je eieren zouden uitbroeden.
De koudbloedige pad met zijn wrattige huid. Men vond hem in de konijnenholen, waarin jij je eieren wel eens legt.

 

2) Het geloof dat je in de winter ondergronds in winterslaap zou gaan. In Kerry, Ierland spreekt men ook wel van de the cunning little man under the stone: het sluwe mannetje onder de steen.
tapuit

Ik zag denk ik een vrouwtje. Was ik even blij, dat je niet “underground” ging. Las dat ze je in Groningen en Drenthe vroeger ook wel Dikschieter noemden, omdat je de turfhopen met je uitwerpselen zou bevuilen.

“Tjoard, t begunt hier nou te stinken met al dij dikschieters van schoapen op t grieze tapijt, van mien fietspad. Lucht onder stolpe is nou nait te haarden. Doe trekst wc-deure dicht en ik fiets stolpe oet.”

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen