19 | 09 | 2014

Waarneming adult vrouwtje Steppekiekendief in de Stad Groningen!!

Beijum, Groningen, 21 april 2002.

Op zondagochtend 21 april zat ik met mijn vriendin Mirjam van Gent in onze tuin aan de Grevingaheerd koffie te drinken. Het was heerlijk weer, een blauwe lucht met enkele kleine wolken. Er stond een zwakke wind uit het oosten. Aan de achterkant van onze tuin en de tuinen van onze buren staat een rij oude en grote wilgen. Enkele jaren geleden is één van die wilgen gesneuveld, waardoor er een gat in de bomenrij zit.

Om 12.00 uur zag ik door dat gat een roofvogel voorbij vliegen. In die ene seconde dat de vogel zichtbaar was, was mijn associatie "een Sperwer, maar dan zo groot als een Havik". Terwijl ik mijn Swift Audubon verrekijker pakte en naar de achterkant van de tuin liep dacht ik hardop "nee, dat is kiekendief". Toen ik de vogel weer zag, eerst met het blote oog, zag ik dat het om een vrouwtje kiekendief ging, uit "de groep van Blauwe en Grauwe", maar het vliegbeeld kon ik niet direct plaatsen. De vleugels waren te puntig voor Blauwe Kiekendief, maar hadden een te brede basis voor Grauwe Kiekendief.

De vogel cirkelde op zo'n 25 meter hoogte voor de tuin boven een open stuk tussen de huizen, en draaide rondjes met de klok mee. De afstand tot de vogel bedroeg 30 à40 meter, en het licht was uitstekend. Ik richtte mijn verrekijker op de vogel, die net op dat moment naar mij toe draaide. Mijn blik werd getroffen door de overduidelijke witte halsring.

De halsring werd geaccentueerd door het donkere gebied daar vlak achter, wat op haar beurt weer afstak tegen de lichte buik. Met een schok realiseerde ik me dat het wel eens een Steppekiekendief zou kunnen zijn. Ik riep dat naar Mirjam en vroeg haar snel mijn betere verrekijker, een Zeiss 10x40 te brengen.

Plaats: Eemshaven - Oost
Datum: 27-05-2005
Fotograaf: Jaap Schelvis

De vogel draaide 4 of 5 rondjes vlak voor me, zich daarbij iets verplaatsend naar het noorden. Ik probeerde zo goed mogelijk alle kenmerken in mij op te nemen. De halsring bleef zichtbaar met ieder rondje dat de vogel draaide. Daarnaast was er de structuur en de opvallende vleugelvorm: brede arm en smalle hand, iets puntig. De arm was donkerbruin en ongestreept, de hand was gebandeerd op een lichte ondergrond. Er waren drie handpennen zichtbaar.
Twee keer sloeg de vogel met haar vleugels met ondiepe slagen.

Na de 4 of 5 rondjes kreeg de kiekendief gezelschap van een Buizerd. Ik rende naar binnen en pakte mij telescoop, om de vogel zo lang mogelijk te kunnen volgen. Vanaf dat moment kreeg ik ook de bovenkant van de vogel te zien. De witte vlek op de stuit was opvallend klein. De bovenkant van de vleugels was vrij egaal bruingrijs.

Samen met de Buizerd bleef de kiekendief cirkelen, en won steeds meer hoogte. Ze verdwenen in noord-noordoostelijke richting. Na in totaal de vogel 'n 5 minuten te hebben kunnen bekijken, verloor ik haar uit beeld.

Vervolgens belde ik Rommert Cazemier, die toevallig op de dijk van de Eemshaven stond. Mogelijk zou de vogel daar langs komen, maar helaas is dat niet gebeurd. Via Klaas Haas is de melding op de Vogellijn terecht gekomen. Tevens heb ik Piet Zuidhof en Oane Tol ingelicht.

(De waarneming is inmiddels ingediend bij deCommissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna)

Lieuwe van Welie