tangogedachten in het algemeen vogelaarsgewijs

Hier kun je opmerkingen en/of vragen kwijt m.b.t. natuurbebeer en natuur in het algemeen

Moderator:hdelange

Gesloten
Gebruikersavatar
anaburen
Vogelaar
Vogelaar
Berichten:754
Lid geworden op:13 nov 2002, 00:00
Contacteer:
tangogedachten in het algemeen vogelaarsgewijs

Bericht door anaburen » 24 jan 2007, 23:39

ZEESTRAND

Kust is Rust. Een veelbeoefend rijm, dat toch in 't kort weergeeft wat de charme van onze
zeekust is. Die blanke top, dat is hoe de duinen er vanaf de zee uit zien. Al het andere
gekweel is bladvulling, die dwingelanderige lieden aan ontvankelijke kinderhersens proberen
op te leggen. De kust is wat ze is, en je kunt het alleen maar zelf gaan ontdekken.
Sommige mensen denken dat ze de kust kennen als ze op een zonovergoten zondagmiddag
hebben liggen zonnebaden. Na moeizaam zwoegen ter plaatse gekomen stellen ze weer
eens vast wat ze al wisten, namelijk dat de mensen inderdaad vrijwel zonder kleren aan op
de strook zand bij de zee gaan liggen. En dan, met een zucht van verlichting, gaan ook de
eigen kleren uit, dan kan de zonnestraling met het zeewater en de ziltige zeewind de huid
beginnen te reinigen van onderdrukte zweetresten, en allerlei ingroeisels, die in het duister,
beschermd onder het verplichte sociale uniform, de vrije huid en daarmee de vrije geest,
hebben belemmerd te functioneren.
Deze mensen, hoewel bevoorrecht omdat ze vrij genoeg waren om te gaan zonnebaden,
komen niettemin flink te kort omdat ze maar een theelepeltje vol genieten van wat de kust
ze te bieden heeft.
De kust is vrij en is het hele jaar open. Laat dat altijd zo blijven..
Dichterbij de zee.. Dit land heeft gezwommen en gevlogen in zijn eeuwenlange ontstaansgeschiedenis. Nee, dit was er niet altijd. Zand. Uit de ondiepe zee. Aangespoeld en aangeblazen. Eronder, ja, daar vinden ze veen, leem, of hoe dat ook mag heten, en er zit zoet water in, zeggen de groenbemoste betonnen bakken van de waterleiding, vreemd rond uit de
grond stekend in de duinen, waar de glooiingen steeds manifester worden en regelmatige
bouwsels doen vervreemden. Dichterbij de zee.. Palen, die kunnen zich hier nog handhaven.
Met lampen eraan, of onduidelijke tekens. En bevolkt door meeuwen. Dat zijn de woord¬voerders van de zeereep, de herauten, of de erfgenamen zo U wilt. Wat voor paal dan ook,
een kade, een stapel stenen, er zitten van die grijs met witte vogels op. De flappende poten
worden met een eigenzinnige gratie op het voorwerp neergezet, en daar zit de meeuw.
Onopvallend in het landschap, totdat hij zich laat horen.: "Kliet!". Een klagelijk, soms
spottend geluid, nooit vrij van melancholie.. Het zijn er veel, net als sterren aan een heldere
hemel als je erop gaat letten. Daar, en daar, en daar bovenop twee. Recht vooruit een hele
grote, dat is een zilvermeeuw.
Trots blikt het dier over de kromme snavel, overweegt om weg te vliegen als ik nader,
maar blijft zitten. Wat zou het ook, mens en meeuw vindt elkaars beweegredenen zonder
betekenis. Daar achter de paal gaat het duin nu steil op, aan de landzijde schuilen nog wat
doornige struikjes waartussen konijnen huizen. Maar aan de zeezijde groeit alleen nog het
scherpe harde helmgras, dat zo golft in de wind, een voorbode van de zee. Het land kan
hier werkelijk vliegen, dat zie je aan de zandige hoeken die tegels of andere wegverharding
overdekken. Als je hier tien jaar niets aan zou doen, zou dat pad er dan nog zijn, dat ons zo
makkelijk naar de zee leidt, zodat we niet door de zandduinen hoeven te zwoegen?
Langs het pad naar de zee staan houten gebouwtjes. Een reddingspost, een politiepost, een
kantoortje, en het omhulsel van winkeltjes. Alle afgesloten, want het is buiten het seizoen.
Middenzomer, bij mooi weer, dan lopen hier ouders met hun kinderen, rij na rij naar het
strand. En 's avonds, verbrand, rozig, likkend aan een laatste ijsje, weer naar huis. Maar nu
heerst er een ander weertype, eigenlijk het normale. Het strandpad ligt omzoomd door
duintoppen, vaalgeel onder de wolkenhemel. Afdalend kom ik op het verlaten strand. Het
strand is van mij.....
"Kliet?"... Ja, en natuurlijk van jullie...
Wie realiseert zich dat het strand er het hele jaar is? Niet veel, denk ik, als ik door de eerste
lagen rul zand ploeg. Aan de rand van het 'harde' zand blijf ik staan en zie hoe vlagen
zandkorrels als een fijn enkelhoog gordijn voorbij geblazen worden, steeds maar meer en
meer. Wat onwezenlijk om hier als mens zand te gaan verplaatsen, eerst als kind met een
emmertje en later misschien met vrachtauto's. Die kustlijn, is die niet fictief, wandelt die
niet vrolijk heen en weer op de grillen van de stroming en de wind? Wie zal een paal
oprichten die blijft staan? Kijk, hier heeft iemand puin gestort, een kluitje gemetselde rode
baksteen heeft al een eivorm gekregen...De striemende invloed van al dat zand, al dat
waaiende zand.
Bij de zee is er niet zoveel waaiend zand, daar is de branding. Land, ben je land of ben je
zeebodem? Ik maak het zand om mijn voeten wit door erop te gaan staan. Branding,
golven, steeds weer... In de verte, schepen, de einder... De kustlijn, die zich aan beide
kanten verliest in een grijs waar land, zee en lucht niet meer te scheiden zijn... Een vage
toren in de verte?.. De plaatsnaam tracht mijn bewustzijn binnen te drijven, maar ik wil hem
er niet hebben. Die toren is een verlokking of een spookstad, al naar mijn verbeelding het
zegt, en die is veel gevoeliger voor de kleur van het licht.
Loop langs de zeereep en droom....
Weg met het daglicht.!
Wel eens langs de zee gelopen in het donker? De branding lijkt wel licht te geven, die is
altijd te zien. Gaan we naar de duinen, die daar zo donker en sinister het land markeren? Ja!
Want de dag was warm en de avond mooi (droom) met zijn zonsondergang maar het laatste
licht is nu verdwenen. Doe je schoenen uit en voel dat het zand nog warm is. De duinen zijn
donker en sinister, maar toch bekend. Als ik dichterbij kom, hier, waar we door het
prikkeldraad de duinen kunnen zien, daar het gat in het hek....Ik ken deze plek toch?...
Droom! Droom-in-droom.. Terug met het daglicht! Grijs! Bewolkt... Ik was zestien en zij
ook zoiets.... Hier ging het omhoog, de duinen in. En als je met z'n tweeën de duinen in
ging dan had dat wat te betekenen... Wat deed het ertoe? Stap voor stap ging het hoger,
en we hielden elkaar bij de hand. Door vage duintoppen naar datgene wat een beetje
privacy bood: Een overblijfsel uit de oorlog met een opening, een bunker.. En later liepen we
terug, nog steeds hand in hand. 'De' inwijding in de liefde? Kom nou... Natuurlijk, dat werd
er achteraf wel van gedacht, maar zo ver kwamen we niet, al durfden we dat niet te
vertellen. Als je immers het 'image' had aangewakkerd dan moest je dat waarmaken,
anders volgde er hoongelach... Maar die middag had wat anders gebracht: De geur van de
zeewind in lang bruin haar.. Blote huid op blote huid... Het gewicht van een lichaam op je
elleboog. 'Het' was niet gebeurd, nee, maar wàt een verrukking! Achteraf noem je dat
'intimiteit'. Wàt een ontdekking.. 'Het' zou nog jaren worden uitgesteld, maar bracht dat
zoveel meer? 'Het' is te koop, in die bepaalde buurten van elke grote stad, maar die
intimiteit, en het ontdekken, dat is nooit meer terug te vinden. 's Middags, in een opwelling,
kennis maken, naar de duinen, intimiteiten met als hoogtepunt een lange, zandige kus...
Volwassenheid, wat ben je wreed om ons dàt af te nemen...gezegende momenten van de
jeugd...........
Droom-terug! Donker in de duinen. Mijmerend volgt de weg door de duinen weer naar zee.
"Kliet!" zegt de lucht... Jij nog hier, meeuw? Ik begrijp jou niet, maar jij schijnt mij wèl te
begrijpen.. Een donkere vlek verderop op de grond.. Wat is dat? Dood-beest, berg-hout,
stapel-puin, stuk-plastic? Het zal niet duidelijk worden... Strand, je bent niet van deze
wereld. Flits, een vuurtoren in de verte... Daar is de branding weer... Vaag-lichtend, breker
na breker, een eigen betekenis van de tijd. Branding, je wast alles weg en laat ons achter
met een verdwijnend zandkasteel. Wat bouwen wij, wat zijn wij? Ik ben een zandkasteel. Ik
mag maar zoveel jaren en dan komt de branding me halen. Dag schelpen, dag duinen... Ik
had toch een probleem, een frustratie?.. Iets met werk, met de zin van het leven? Kijk daar
drijft het, met de branding mee. Weg, het vergaat...Een nieuwe golf, een nieuwe tijd. Hier,
de resten van een zandkasteel. Nog een hobbel, die bij elke golf minder wordt, lager, lager,
wèg... Daar, een donkere plek verderop in de branding.. Dood-beest, geraamte, mens?? In
dit licht is het niet te zien.. Maar kijk, de zee werpt er een wal omheen.. Het begin van een
nieuw duin? Zijn we dan duinen? Goed, als ik dood ga, begraaf me hier en laat me een duin
worden...
"Kliet?" Wat is er, meeuw, ben je dan toch de verstorven ziel van een zeeman? Blijf dan bij
me, want ik heb je misschien nodig...Waar ben ik eigenlijk? Land onder mijn voeten, maar
water vòòr me, naast me, achter me... Is dit een eiland en gaan we zo dadelijk drijven, weg
van hier naar het land van de Verloren Zeelui?
Flits! zegt een vuurtoren, en werpt een vaag licht over de duinenrij. Dank je wel, licht. Ik
weet nu weer waar de kust is. Dus dat is een 'zwin' tussen mij en de duinen. De schoenen
moeten uit, en plassend door het water naar de duinen vind ik het land terug, en niet de
verre diepte... Brrr..
"Kliet!"
Jazeker, meeuw, ik vertel verder, want 'het' moet ook nog aan bod komen. Toen was het
donker, en het licht kan dus uit blijven.. Een 'lichtende zee' dat is een speciale toestand
waarbij bepaalde zeediertjes groen licht geven als ze uitdrogen.. Tot zover de theorie..
We waren met een groepje van tien, mannen en vrouwen, en de blote voeten lieten groen
oplichtende sporen na in het natte zand. De zee gaf groen licht bij de branding. Het was
warm en we gingen zwemmen. Niemand had badkleding bij zich. Na ons heimelijk van de
kleren te hebben ontdaan plonsden wij de zee in. En daar ontspon zich een legendarisch
schouwspel: Voor mijn ogen rees een groen verlichte vrouw uit de golven, de zware
boezem bedekt met licht. Haar stem klonk als die van de vrouw die zich kort tevoren bij ons
had gevoegd, waarvan enige heren hadden gezegd: "Lief, maar veel te dik".
Ze zag er goddelijk uit in de branding, en ze kwam naar me toe...De ziltige kus was maar
een inleiding. Nooit had de zee me meer de bakermat van ons soort toegeschenen. Wat kan
er al niet gebeuren in lauwwarm zeewater? Gedragen door de golven gingen wij, bijna
plechtstatig, in elkaar op. (ik heb nooit haar onderlichaam gezien..) Kort na het 'moment
suprème' was zij weg, naar het strand toe. Was zij dat wel? Er was een vrouw die aan het
signalement voldeed, maar ze gaf geen enkele reactie. Wat was er gebeurd in die dromerige
nacht? Was dit een vrouw die mijn geliefde was geweest of iemand uit de zee?
"Kliet!" Droom-terug.. Grijs licht, bewolkt, winderig...
Zeestrand, ben je onze zielerust? Is het de mogelijkheid tot ontsnappen, naar beide zijden?
Het is me niet duidelijk... Er zijn dagen dat de zee een medicijn is. Mensen die hun leven
wilden beëindigen keren op hun schreden terug na een wandeling aan de branding. Is het de
regelmaat? Zijn het toch de meeuwen? Of is er een volkje dat in zee woont en zich maar
zelden laat zien, maar toch een geheimzinnige invloed op ons heeft? Dat laatste speelt zich
af in mijn gedachten als ik zo nu en dan op een veerboot naar de overkant van de zee vaar
en in de golven kijk. De golven zijn nooit glad. En dat is maar goed ook... Stel je voor dat ik
in de golven zou kijken en mijn eigen gezicht herken... Ben ik dat, of is dat een nakomeling... Wat zou vader Neptunus zeggen van mijn avonturen met -misschien- één van zijn
dochters?
Is hij niet een wraakzuchtig heerser? En opeens lijkt me dat grote, ijzeren veerschip zo
kwetsbaar....

Udo

Gebruikersavatar
Aart
Vogelaar
Vogelaar
Berichten:537
Lid geworden op:08 jan 2003, 00:00
Locatie:Groningen

Bericht door Aart » 25 jan 2007, 14:00

Ja, er is altijd veel te doen aan de kust. Geen wonder dat je aan fatsoenlijk vogels kijken vaak niet toekomt.

A

Gesloten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten